Vragen over Cholesterol?

 

De meest gestelde vragen over cholesterol

 

1. Is een hoog cholesterolgehalte in het bloed de directe oorzaak van een hartinfarct?

 

Een hoog cholesterolgehalte versnelt het proces dat atherosclerose of aderverkalking genoemd wordt. Wanneer dit in de kransslagaders (de slagaders die buiten op de hartspier lopen en de hartspier van bloed voorzien) plaatsvindt, leidt dit tot een verslechtering van de bloedstroom door de hartspier. Angina pectoris (pijn op de borst door tijdelijk zuurstoftekort in de hartspier) of een hartinfarct (hartaanval, het afsterven van een stukje hartspier door te langdurig zuurstofgebrek) kan hier het gevolg van zijn. Cholesterol is echter maar ťťn van een aantal belangrijke risicofactoren voor atherosclerose, omdat het te hoge LDL cholesterol gaat oxideren (oxy-cholesterol). Dus het compenseren met het consumeren van veel anti-oxidanten in groente, vruchten en onverzadigde vetten en mineralen kan men diverse ziektes voorkomen. De andere belangrijke verdere risicofactoren zijn leeftijd, mannelijk geslacht, hartkwalen in de familie, roken, suikerziekte en hoge bloeddruk. De vraag is wat is te hoog? Statines verlagen zeker het cholesterolgehalte, maar wegen de bijwerkingen hoger aan dan de kwaal? Dat is de vraag en tegelijk de afweging. Er zijn op korte termijn en zeker op langere termijn (meer dan 5 jaar) gebleken dat vele patienten veel bijwerkingen van deze cholesterolremmende medicijnen (statines, zoals Lipitor etc) ondervinden.

 

2. Wat is de oorzaak van een te hoog cholesterolgehalte?

 

Bij de meeste mensen met een te hoog cholesterolgehalte (boven de 5,0 mmol/l) wordt dit veroorzaakt door te veel eten, of liever door het eten van te veel verzadigd vet. Er is echter nog een aantal andere belangrijke oorzaken die bij sommige mensen een rol spelen: a) Door een erfelijke oorzaak is het lichaam niet in staat het cholesterol goed te verwerken wegens een gebrek aan LDL-receptoren. In zo'n geval is het cholesterolgehalte erg hoog (meer dan 7,5 mmol/l). Omdat het om een erfelijke oorzaak gaat, ziet men dit ook bij een aantal andere familieleden optreden (familiaire hypercholesterolemie). b) Sommige geneesmiddelen kunnen het cholesterolgehalte verhogen. c) Ziekten, zoals suikerziekte of aandoeningen van de schildklier, nieren of lever, of enkele erg zeldzame ziekten, kunnen het cholesterolgehalte ook verhogen.

 

3. Bestaat er een toename van het risico op hart- en vaatziekten met een toenemend cholesterolgehalte?

 

Welk cholesterolgehalte is 'veilig'? Ja. Het risico op een hartinfarct neemt toe met een toene-mend cholesterolgehalte. Bij volwassenen met een cholesterolgehalte van 5 mmol/l of lager is het risico op een hartinfarct zeer gering. Echter vanaf een cholesterolgehalte van 6,5 mmol/l neemt het risico snel toe. Bij het inschatten van het risico moet men echter de aanwezigheid of afwezigheid van andere risicofactoren (zie vraag 1) betrekken.

 

4. Is het waar dat in sommige gevallen een hoog cholesterolgehalte niet gevaarlijk is, omdat het aandeel van het 'goede' (HDL) cholesterol groot is?

 

Ja. Het totale cholesterolgehalte is grotendeels samengesteld uit het LDL- en het HDL-cholesterol. LDL-cholesterol zet cholesterol in het lichaam af (ongunstig), terwijl HDL-cholesterol het juist uit het lichaam kan verwijderen (gunstig). Daarom loopt iemand die een hoog HDL-cholesterolgehalte heeft en misschien daardoor een hoger dan normaal totaal-cholesterolgehalte, toch geen verhoogd risico. Zulke mensen hebben gewoonlijk geen hart- en vaatziekten, ook niet in de familie.

 

5. Wat zegt de verhouding totaal-cholesterol : HDL-cholesterol bij het inschatten van het risico?

 

Bij een verhouding totaal-cholesterol : HDL-cholesterol van meer dan 4,5 heeft men een verhoogd risico op een hartinfarct in vergelijking met mensen met een gemiddeld risico.

 

6. Loop ik risico als mijn LDL-gehalte normaal is, maar mijn HDL-gehalte laag?

Jazeker. Onderzoek heeft uitgewezen dat lage HDL-gehaltes in verband gebracht kunnen worden met een verhoogd risico op een hartinfarct, zelfs als het cholesterolgehalte als geheel laag of normaal is.

 

7. Verandert het risico op een hartinfarct ten gevolge van een verhoogd cholesterolgehalte met de leeftijd?

 

Ja. Theoretisch wordt het risico op het krijgen van een hartinfarct bij een gelijkblijvend cholesterolgehalte met het toenemen van de leeftijd kleiner! Bijvoorbeeld: iemand die jonger is dan 50 jaar met een cholesterolgehalte van 6,9 mmol/l, heeft in verhouding vijfmaal zoveel kans op het krijgen van een hartinfarct. Die kans is voor mensen van boven de 65 jaar nog maar 1,7 keer zo groot. Men moet echter wel bedenken dat in werkelijkheid oudere mensen met aderverkalking beduidend hogere cholesterolgehaltes hebben dan gezonde mensen van dezelfde leeftijd. Daarnaast zijn andere factoren dan cholesterol, zoals hoge bloeddruk, bij oudere mensen nog belangrijker.

 

8. Hoe belangrijk zijn triglyceriden in het bloed voor het risico op een hartinfarct?

 

Dit is nog onduidelijk. De experts zijn het erover eens dat een verhoogd triglyceridengehalte wijst op een verstoorde verwerking van cholesterol en vetten door het lichaam. Als een patiŽnt of zijn familie blootstaat aan meerdere risicofactoren voor hart- en vaatziekten, moet men overwegen de oorzaak van een verhoogd triglyceridengehalte te laten onderzoeken. Heel hoge gehaltes aan triglyceriden (meer dan 10 mmol/l) moeten in ieder geval behandeld worden. Niet alleen vanwege het verhoogde risico op atherosclerose, maar voornamelijk vanwege de kans op acute ontsteking van de alvleesklier. Triglyceridengehaltes boven de 2,0 mmol/l kunnen eventueel behandeld worden, afhankelijk van de aanwezigheid van andere risicofactoren. Verder is het belangrijk andere oorzaken van een verhoogd triglyceridengehalte uit te sluiten, zoals het gebruik van te veel alcohol, suikerziekte, overgewicht of sommige geneesmiddelen (oestrogenen, middelen tegen hoge bloeddruk).

 

9. Wat betekent apolipoproteÔne A en B?

 

De apolipoproteÔnen (ook wel apo's) zijn eiwitten die er onder meer voor zorgen dat vetten goed in het bloed worden opgelost. Een verhoogd gehalte aan apo B en een verlaagd gehalte aan apo A leveren zeker een verhoogde kans op hart- en vaatziekten op. De apolipoproteÔnen zorgen er ook voor dat de lipoproteÔnen waarin zich de vetten (cholesterol of triglyceriden) bevinden, door de lever kunnen worden opgenomen.

 

10. Kan verlaging van het cholesterolgehalte angina pectoris of een hartinfarct voorkomen?

 

Ja. Verschillende onderzoeken hebben laten zien dat met elke ťťn procent verlaging van het cholesterolgehalte, de kans op een hartaanval met twee procent afneemt.

 

11. Hoe snel na het verlagen van mijn cholesterolgehalte neemt het risico af?

 

Over het algemeen na twee jaar. Bij een sterke verlaging van het cholesterolgehalte zou men theoretisch hier al eerder profijt van kunnen hebben. Overigens neemt dit risico sneller en krachtiger af bij (gelijktijdige) verhoging van het HDL-cholesterolgehalte.

 

12. Is het proces van aderverkalking omkeerbaar? Heeft het nog zin het cholesterolgehalte te verlagen na een hartinfarct of na een bypass-operatie?

 

Ja. Een onderzoek onder een groot aantal patiŽnten die een bypass-operatie hadden ondergaan, liet onomstotelijk zien dat verlaging van het cholesterolgehalte bij deze mensen een duidelijke afname van de aderverkalking tot gevolg had. Dit komt doordat verlaging van het cholesterolgehalte het proces van atherosclerose stopt of zelfs om kan keren.

 

13. Moeten mensen die angina pectoris hebben, een hartinfarct hebben gehad, een bypass-operatie hebben ondergaan of zijn 'gedotterd', proberen hun cholesterolgehalte te verlagen?

 

Ja. Zoals in vraag 12 al is besproken, vertraagt of stopt het proces van atherosclerose bij verlaging van het cholesterolgehalte en in sommige gevallen keert het proces zelfs weer om. Een verhoging van het HDL-cholesterolgehalte heeft dit effect ook. Van groot belang is het feit dat deze mensen, zelfs al is hun cholesterolgehalte maar matig verhoogd, relatief meer profijt hebben van een verlaging dan mensen bij wie nog geen sprake is van hart- en vaatziekten.

 

14. Bij welk cholesterolgehalte moet ik op dieet en wanneer moet ik geneesmiddelen nemen?

 

De huidige opvatting is dat volwassenen met een cholesterolgehalte boven de 6,5 mmol/l op dieet moeten. De streefwaarde is dan 5,0 mmol/l of lager bij confessionele en reguliere artsen. Als het dieet na 3 tot 6 maanden niet het gewenste resultaat heeft, kan men geneesmiddelen overwegen. Bij de meeste mensen die op de 'doorsnee' Nederlandse manier eten, zal het cholesterolgehalte als ze een vet- en cholesterolarm dieet gebruiken met 0,8 tot 1,6 mmol/l dalen. Veel artsen zullen pas cholesterolverlagende middelen voorschrijven als het cholesterolgehalte hoger is dan 6,5 mmol/l. Maar niet alleen het cholesterolgehalte is bepalend voor het al dan niet voorschrijven van medicijnen. Andere risicofactoren en de verhouding totaal-cholesterol : HDL-cholesterol spelen een belangrijke rol bij de beslissing om wel of niet geneesmiddelen voor te schrijven.

 

15. Wat zijn de regels van een cholesterolverlagend dieet?

 

De regels van een cholesterolverlagend dieet zijn vrij eenvoudig: a) Eet niet meer dan net genoeg is om het gewicht dat past bij uw lengte, geslacht en lichaamsbouw, op peil te houden. b) Verminder de totale hoeveelheid vet tot 30% en de hoeveelheid verzadigd vet tot 10% van het totaal aantal calorieŽn. c) Van het vet dat u eet, moet minstens de helft enkel- of meervoudig onverzadigd zijn. d) Beperk de inname van cholesterol tot 300 mg per dag.

 

16. Waarom zijn verzadigde vetten (spek, boter, dierlijk vet e.d.) slecht?

 

Er zijn drie ongunstige effecten van deze vetten op het cholesterolgehalte en op de aderverkalking: 1. Verzadigde vetten doen de opname van cholesterol uit de darm toenemen. 2. Als deze vetten door vetdeeltjes in het bloed (lipoproteÔnen) worden opgenomen, blijven deze vetdeeltjes beter aan de binnenkant van de bloedvaten 'plakken'. 3. Verzadigde vetten verminderen de opname van cholesterol (vetdeeltjes) door de lever, waardoor het cholesterolgehalte in het bloed stijgt.

 

17. Hoe zit het met visolie (omega-3-vetzuren e.d.)?

 

Mensen die veel vis eten, krijgen minder vaak een hartinfarct dan mensen die weinig of nooit vis eten. Dat komt doordat visolie zeer veel meervoudig onverzadigde vetzuren bevat. Visolie verlaagt daardoor het triglyceridengehalte in het bloed en in mindere mate ook het cholesterolgehalte. Visolie heeft ook een gunstige invloed op de bloedstolling. Op dit moment is er echter voldoende bewijs dat het gebruik van visolie (Omega 3 ) en\of squalene (Omega 2) een hartaanval kan voorkomen en vooral zeer gunstige natuurlijke middelen tegen hart- en vaatziekites.

 

18. Moet ik meer vezelstoffen eten?

 

Gezonde voeding bevat meer vezelstoffen dan de 'doorsnee' Nederlandse voeding. Een dieet met veel vezelstoffen kan het cholesterolgehalte verlagen, onder meer doordat vezelrijke voedingsmiddelen in de regel minder vet bevatten. Bovendien binden vezelstoffen zich in de darm aan galzuren, waardoor deze via de ontlasting het lichaam verlaten, zodat ze niet opnieuw door de darmwand aan het bloed kunnen worden teruggegeven. Dat betekent dat de lever gedwongen wordt om cholesterol aan het bloed te onttrekken om daaruit nieuwe galzuren te maken.

 

19. Bestaan er nog andere voedingsmiddelen die het cholesterolgehalte kunnen verlagen?

Er bestaan inderdaad andere voedingsmiddelen die het cholesterolgehalte van het bloed kunnen verlagen, zoals bijvoorbeeld pectine (zit veel in appels en peren), knoflook, uien, algen en zelfs koolstof. Jammer genoeg is er weinig bekend of bewezen over de wijze waarop dat gebeurt. Men weet ook nog niet precies hoe waardevol deze voedingsmiddelen zijn voor cholesterolverlaging.

 

20. BeÔnvloedt roken het cholesterolgehalte?

 

Roken verlaagt het 'goede' HDL-cholesterolgehalte en heeft een ongunstige invloed op de verwerking van cholesterol door het lichaam. Dit, samen met andere giftige effecten van nicotine en rook, leidt tot schade aan de slagaders rond het hart (waardoor angina pectoris en een hartinfarct kunnen ontstaan) en vooral ook tot schade aan de slagaders in de bovenbenen (wat kan leiden tot pijn in de kuiten na een stuk lopen: de zogeheten 'etalagebenen').

 

21. Kan sporten het cholesterol- en triglyceriden-gehalte verlagen?

 

Ja, tot op zekere hoogte heeft sporten een gunstig effect op het cholesterol- en triglyceridengehalte in het bloed. Bij regelmatig sporten (en dat hoeft niet intensief te zijn) neemt het HDL-cholesterolgehalte toe. Het triglyceridengehalte in het bloed worden lager, doordat men lichaamsvet kwijtraakt en de spieren versterkt. Bij mensen met een erfelijk verhoogd cholesterolgehalte en bij hen die een slecht voedingspatroon hebben, is sporten allťťn echter niet voldoende om het cholesterolgehalte in voldoende mate te verlagen.

 

22. Is het waar dat alcohol het 'goede' HDL-cholesterolgehalte verhoogt?

 

Mensen die matig alcohol drinken (tot ťťn ŗ twee glazen per dag) hebben meer HDL-cholesterol dan mensen die nooit alcohol gebruiken of alcoholisten wier lever nauwelijks meer werkt. Matig gebruik van alcohol verlaagt het risico op hart- en vaatziekte enigszins.

 

23. Wat is het verband tussen stress, cholesterol en een hartinfarct?

 

Er wordt wel gezegd dat stress het ontstaan van een hart-infarct kan bevorderen. In dit verband wordt er wel een onderscheid gemaakt tussen mensen met een type-A-persoonlijkheid en die met een type-B-persoonlijkheid. Mensen met een type-A-persoonlijkheid (agressieve en drukke mensen met een grote werklust, overdreven ambitie, een sterke geldingsdrang en een onvermogen tot delegeren) zouden meer kans hebben op een hartinfarct dan mensen met een type-B-persoonlijkheid (ontspannen mensen met weinig geldingsdrang en met een gemakkelijke en meer filosofische houding ten opzichte van het leven). Toch is de invloed van stress op hart- en vaatziekten erg onduidelijk en veel minder belangrijk dan die van roken, cholesterol en hoge bloeddruk.

 

24. Moet iemand met een te hoog of afwijkend lipidengehalte die niet op dieet reageert, de rest van zijn leven lipidenverlagende medicijnen gebruiken?

 

Helaas wel. Tot nu toe is er nog geen permanente genezing van ernstige hypercholesterolemie mogelijk. Aderverkalking is echter een langzaam proces, eerder een kwestie van tientallen jaren dan van maanden of enkele jaren. Daarom is het mogelijk het een en ander te proberen om er achter te komen wat het meest effectieve en best verdragen geneesmiddel is. Het verlagen van de dosis of het tijdelijk stoppen van de medicatie levert geen enkel gevaar op.

 

25. Hoe zit het met een operatieve ingreep die 'ileal bypass' genoemd wordt?

 

De ileal bypass is een operatie waarbij, door twee stukken darm met elkaar te verbinden, de weg die het voedsel door de darmen moet afleggen, een stuk korter wordt gemaakt. Dit verlaagt het cholesterolgehalte, doordat de opname van cholesterol uit de darmen wordt verminderd. Het staat vast dat deze ingreep de kans op een hartinfarct verkleint. Maar daar staat tegenover dat de complicaties van de ingreep erg vervelend en soms zelfs gevaarlijk kunnen zijn. In Nederland is deze operatie dan ook niet vaak toegepast.

 

26. Zijn de kosten van een cholesterolverlagende behandeling niet erg hoog?

 

Inderdaad. De kosten van de lipidenverlagende geneesmiddelen zijn erg hoog. Daar staat echter tegenover, dat de economische verliezen ten gevolge van hart- en vaatziekten en de daaruit voortvloeiende sterfgevallen en het verlies aan arbeidsuren vele malen groter zijn. Bovendien kan de mate van lichamelijk en emotioneel lijden na een hartinfarct door juiste behandeling van hyperlipidemie en andere risicofactoren worden beperkt, met alle gunstige economische gevolgen van dien. Natuurlijke cholesterolverlagers zijn meestal zonder bijwerkingen op termijn het beste. Cholesterolremmers zoals statines hebben meestal bijwerkingen/

 

27. We hebben het steeds over een verhoogd cholesterolgehalte gehad, maar hoe zit het met een verlaagd cholesterolgehalte?

Heel lage cholesterolgehaltes treft men aan bij vegetariŽrs en bij mensen met zeldzame erfelijke stoornissen in de verwerking van cholesterol. Deze lage cholesterolgehaltes kunnen wel degelijk schadelijk zijn. Ook ziet men heel lage gehaltes bij mensen die ernstig ziek zijn, zoals bij kankerpatiŽnten. Maar dan is het lage cholesterolgehalte het gevolg en beslist niet de oorzaak van de ziekte.

Inspired by Nature.

                             Driven by Science.

                                                                    Passionated by Nutrition.

Home    

Natuurlijk Herstel. Altijd beter! 

Lukas T.S. Tjan

  • Voedingsadviezen

  • Nutrition Development

  • Complementaire geneeskunde

  • Marketing Voeding & CAM

© Science for Life. 2001-2011. Deze homepage is gemaakt door Mandala Communicatie, www.mandalacommunicatie.nl   

Op deze homepage berust een copyright. Voor meer info kunt u e-mailen naar info@scienceforlife.eu 

Voor alle op deze homepage vermelde informatie geldt de algemene disclaimer.