PPAR tech en kanker

NIEUWE VISIE OP KANKER

Verband Omega vetzuren en carcinoom

Vet(zuur) speelt in PPARs een natuurlijke en significante rol

Lukas T.S. Tjan & T.H. Khoe

In diverse recente onderzoeken in vivo en vitro heeft de wetenschap sterke associaties gevonden tussen de consumptie van omega vet(zuren), EPA en DHA in visolie, Squalene en olijfolie en een verminderd voorkomen van kanker en cardiovasculaire aandoeningen. Peroxisoom Proliferator-Activated-Receptors (PPARs) als onderdeel van de superfamilie van celorganellen in het celplasma spelen zeer belangrijke rol bij de proliferatie en de beheersing van de bekende welvaartsziekten zoals cardiovasculaire aandoeningen, diabetes, inflammatieve ziekten en diverse soorten kanker. Het is onomstotelijk een feit dat de wetenschap het verband heeft gevonden tussen geactiveerde expressie van nuclear receptors, de zgn. (PPAR) en deze dodelijke welvaartziekten.

Deze bewijsvoeringen werden in niet minder dan 107 lezingen door 95 internationale specialisten tijdens het 4 daagse Internationale Symposium van 19 maart tot en met 22 maart 2004 in de mooie klassieke stad Florence weerlegd. Ruim 2000 wetenschappelijke publicaties over PPARs zijn in het laatste decennium in diverse (vak)bladen gepubliceerd, maar desalniettemin is PPARs voor het merendeel van de specialisten, doktoren en therapeuten in de allopatische, natuurlijke en energetische geneeskunde nog een onbekend verschijnsel.

 

Kanker is in de westerse landen, de tweede belangrijkste doodsoorzaak na de cardiovasculaire aandoeningen voor zowel mannen als vrouwen. De chronische aspecifieke respiratoire aandoeningen cara nemen de derde plaats in. Borstkanker was in 1997 en is tot op heden met 10.000 nieuwe gevallen de meest voorkomende vorm van kanker in Nederland. Bij vrouwen vormde deze aandoening bijna een derde van het totale aantal.

Maar vrouwen sterven steeds vaker aan longkanker. Zeven jaar geleden overleden er 1801 vrouwen aan; vorig jaar waren dat er 2532. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In Nederland overleden vorig jaar ruim 142.000 personen. Eenderde stierf aan hart- en vaatziekten, ruim een kwart aan kanker en 9 procent aan longziekten. Psychische stoornissen, spijsverteringsziekten, en niet-natuurlijke doodsoorzaken nemen een groot deel van de resterende 30 procent voor rekening.

Het aandeel van kanker is al jaren constant: vorig jaar gingen er 40.000 mensen aan dood. Longkanker, prostaatkanker, lymfeklierkanker, borstkanker en dikke darmkanker zijn het vaakst doodsoorzaak. Longkanker staat bij vrouwen inmiddels op de tweede plaats na de borstkanker.

De meeste van deze mammatumoren komen voort uit het ductale epitheel, met infiltrerende ductale carcinomen, die meer dan 70% van de gevallen van borstkanker uitmaken (Harris et al., 1992). De huidige therapie tegen primaire borstkanker omvat onder meer chirurgische resectie met of zonder bestraling of chemotherapie. Conventionele adjuvante chemotherapie is suboptimaal omdat deze gepaard gaat met significante toxiciteit en bij slechts 20%-25% van de patiŽnten kans op verbetering biedt. Dit is een motiverende stimulans geweest voor de grote mate van energie die is besteed aan het onderzoek naar nieuwe therapeutische aanpakmethoden voor borstkanker en andere carcinomen.

 

PPAR gamma in cancer

Cancer ppar gamma implication in cancertrim

 

Oorzaken

Naast genetische factoren wordt de levensstijl als een belangrijke oorzaak van de meeste chronische ziekten incluis carcinomen beschouwd. Belangrijke aspecten van de levensstijl omvatten de voedingsgewoonten, het drink- en rookgedrag en de fysieke activiteit. Hoewel de specifieke oorzaken van kanker niet volledig bekend zijn, kunnen enkele risicofactoren naar voor worden geschoven. Belangrijke risicofactoren voor maligne aandoeningen afhankelijk van de soort en de plaats waar de kanker zich voordoet, wordt hij veelal geassocieerd met roken, alcoholgebruik en diverse vergiften uit het milieu en een verkeerd voedingspatroon. Er bestaat nog geen eensgezindheid over de relatieve belangrijkheid van de verschillende factoren, maar men veronderstelt dat naast de erfelijkheidsfactoren, het voedingspatroon een voorname rol speelt in het ontstaan of het bevorderen van de meeste van deze carcinomen en dus ook belangrijk is bij het voorkomen ervan. Suppletie van voedingsstoffen die onderworpen zijn aan de wetenschap van orthomoleculaire, celbiologie, en aan de biomedische en voedingswetenschappen biedt nieuwe perspectieven.

 

Nieuwe visie mechanisme

Het ontstaan en de ontwikkeling van een tumor is een lang en ingewikkeld proces. In eerste instantie ontstaat er in opeenvolgende en/of parallelle stappen schade aan het DNA, gen-mutatie. Dit kan veroorzaakt worden door de blootstelling van normale cellen aan agentia die genetische modificaties veroorzaken zoals radioactieve straling en chemische mutagenen. DNA-schade kan ook het resultaat zijn van aanvallen van vrije radicalen of reactieve zuurstofdeeltjes die in de cel aanwezig zijn als bijproduct van de normale celademhaling of het metabolisme van carcinogenen en immunogenen (antigenen die zelfstandig in staat is een immuunreactie op te wekken).

De accumulatie van verschillende DNA-fouten in de genen die coderen voor de differentiatie en proliferatie van normaal weefsel, kan leiden tot cellijnen die volledig ontsnappen aan de normale controle en dus het ontwikkelen van tumorgroei stimuleren. Met andere woorden, bij carcinoomontwikkeling zien we door celvergiften uit het milieu of uit voeding dat het softwareprogramma van de celstofwisseling in de celkern zelf omgeprogrammeerd wordt, waarbij wij in bijna alle gevallen een verhoogde expressie van PPARg te zien krijgen.

Recente medische onderzoeksuitslagen duiden op een belangrijke rol van de familie van celorganellen (zie tekening) in het celplasma, Peroxisome voor de beheersing van diverse belangrijke carcinomen, zoals het prostaatcarcinoom, het borstcarcinoom en het longcarcinoom.

PPARg is een nucleaire hormoon receptor, die op een adiposelectieve (selectieve differentiatie tot vetcellen) wijze tot expressie wordt gebracht maar waarvan in vele andere weefsels lagere graden van expressie waarneembaar zijn.

 

Doorbraak

Men is pas in 1990 tot de ontdekking gekomen dat men via de familie van celorganellen (zie tekening) in de celplasma een Nucleair-hormoon-receptor heeft gevonden en die thans met de naam "Peroxisoom Proliferator-Activated-Receptor "(PPAR) wordt aangeduid. Peroxisome Proliferator-activated Receptors (PPARs) (6,7,8) zijn een groep hormoon-receptors ofwel geactiveerde Ligands (organische moleculen met een hoog moleculair gewicht en een sterke adhesie voor PPAR) transcriptie factoren die het volgende regelt:

  • het energie ( vet- en glucose-) metabolisme

  • cel-proliferatie en celdifferentiatie

  • huidontwikkeling

  • inflammatie

  • PPAR modulator is o.a. Squalene en Omega 3 vetzuren

     

     

    Deze receptoren kan men moduleren tot tumor-remmers met de toepassing van de daartoe geschikte Ligands (=organische moleculen met een hoog moleculair gewicht en een sterke adhesie voor PPAR), bij voorbeeld de lange keten vetzuren in visolie EPA (C20:5n-omega3) en DHA (C22:6n-omega3) en squalene (C30:6n-omega3).

    In de darm, lever en vetweefsel zijn de laatste jaren interessante effecten van voedingsstoffen op cellulair niveau opgehelderd. We weten dat vet in de darm wordt gesplitst, waarna vetzuren in de darmcellen worden opgenomen door een specifiek transporteiwit, dat de vetzuren actief de darmcel binnenhaalt. Ook voor aminozuren, suikers, metalen, mineralen, vitamines en andere voedingsstoffen bestaan specifieke transporteiwitten, zodat cellen in staat zijn heel nauwkeurig te reguleren welke stoffen uit de voeding worden opgenomen, en in welke hoeveelheden ze de cel binnenkomen.

    Een dergelijke regulering is alleen mogelijk als er op het niveau van het genoom een systeem bestaat dat kan reageren op veranderingen in de gehalten van bepaalde voedingsstoffen in de omgeving van de cel. Recent onderzoek heeft dit systeem ten dele opgehelderd. Vetzuren die in de cel zijn opgenomen kunnen zich binden aan PPAR-eiwitten. Het eiwit-vetzuur complex bindt zich vervolgens aan het DNA van de cel, waarna er een cellulaire reactie kan volgen. Bepaalde genen worden uitgeschakeld, terwijl andere genen juist tot verhoogde expressie komen. De cel kan op deze manier de hoeveelheid aan vetzuren "meten" en controleren. PPAR's zijn onder meer in de lever, in wit vetweefselen diverse andere weefsels en organen waargenomen en zijn leden van een grote genfamilie van nucleaire hormoonreceptoren. PPAR's en andere nutriŽnten geactiveerde nucleair hormoon receptoren spelen een centrale rol in de genregulatie door nutriŽnten. Zij reguleren een groot aantal van metabole genen die b.v. betrokken zijn bij cholesterol en glucose homeostase, lipogenese, vet opslag en daaraan gerelateerde ziekten zoals eerder genoemd cardiovasculaire en inflammatoire ziektes, leverziekte, diabetes, obesitas en kanker. Diverse recente onderzoekingen in de afgelopen jaren hebben uitgewezen dat Thiazolidinedione derivaten (zijn synthetische Ligands), zoals bij voorbeeld Troglitazone, een antidiabeticum (Forman et al., 1995; Lehmann et al., 1995), die na binding met PPARg de resistente weefselcellen gevoeliger kan maken voor insuline, maar ook door geÔnduceerde celdifferentiatie, de proliferatie van kankercellen kan omzeilen en om kan zetten tot vetcellen (adipocyt), beschreven in Spiegelman and Flier, 1996.Diverse andere beschrijvingen verschenen van diverse categorieŽn liganden voor PPARg : 15-deoxy D 12,14 PGJ2 (Forman et al., 1995; Kliewer et al.,1995) en bepaalde poly-onverzadigde vetzuren (Kliewer et al., 1997), zoals de omega 3 vetzuren in visolie (EPA\DHA) of Squalene. In het laatste decennium heeft de wetenschap veel onderzoek gedaan naar de relatie tussen 15-deoxy D 12,14 PGJ2 en wonderbaarlijke genezingen.

    15-deoxy D 12,14 PGJ2 is een hormoonachtige lichaamseigen stof die bij devotie, sterk geloof en meditatie grote invloed op de wonderbaarlijke en versnelde genezing kan zorgen. Zeker is dat volgens Forman, Kliewer et al. deze stof zeer positieve invloed kan geven op de geÔnduceerde celdifferentiatie en de proliferatie van kankercellen kan omzeilen en kan differentiŽren tot vetcellen (adipocyt).

     

    Ligand-activering van PPARg is afdoende om volledige terminale differentiatie tot vetten tot stand te brengen met inbegrip van celcyclusregulatie wanneer de PPARg ectopisch tot expressie wordt gebracht in veel geringere hoeveelheden dan men in vetweefsel in vivo waarneemt. Als eerste stap in het benaderen van de rol die PPARg speelt in niet-vette weefsels hebben de onderzoekers onderzoek gedaan naar de expressie en activiteit van deze receptor bij metastatische humane borstkanker. Ze hebben hier aangetoond dat PPARg consistent tot expressie wordt gebracht in metastatische aandoeningen; activering van deze nucleaire receptor door zijn liganden bij humane borstkankercellen brengt ingrijpende morfologische en moleculaire veranderingen teweeg die kenmerkend zijn voor een meer gedifferentieerd, minder maligne stadium.

    Deze PPARs moduleren als het ware de terugkoppelingsmechanismen die de groei en differentiatie van de cellen regelen. Tumorpromotoren verhogen de PPARg expressie van de geÔnitieerde cel en geven een selectieve groeistimulus aan deze cellen. Een geactiveerde PPARa beschermt het lichaam tegen cardiovasculaire problemen, terwijl geactiveerd PPARg na binding aan een hormoon kan aansturen tot signaal transductie, die leidt naar proliferatie activiteit tot kanker. De transformatie van een bewuste cel tot een kwaadaardige cel is een lang proces dat verscheidene jaren in beslag kan nemen. Het relatief groeivoordeel van de kwaadaardige cellen zal leiden tot een ongecontroleerde proliferatie van dit aangetaste weefsel en de vorming van een tumor. Uiteindelijk zullen de tumorcellen zich verspreiden naar andere weefsels.Men kent drie soorten PPARs: PPARa ,PPARb , PPARg

    • PPARa = molecuul met 468 amino-zuurresten

    • PPARb = molecuul met 441 amino-zuurresten

    • PPARg = molecuul met 479 amino-zuurresten

    PROSTAAT-KANKER cellen vertonen eveneens sterke expressie van PPARg . Proeven met prostaat-kanker cel-lijn met glitazonen laat een antiproliferator effect zien bij: een Effectieve Dose (ED); ED50, 3x107 M, weefsel/lichaams-concentratie; ca 4 dagen kweek.BORST-KANKER cellen, humaan in vitro, geactiveerd met glitazonen, ca 4 dagen kweek, veroorzaakt remming van proliferatie bij een concentratie ; 10Į5 M, van het Ligand, via PPARg. Ook remming van humane LONG-KANKER celgroei via dezelfde PPARg agonist door inductie van apoptosis zijn beschreven.

    Squalene en kanker
    Epidemiologische studies duiden op een beschermend effect van olijfolie in de dagelijkse voeding tegen kanker. In Griekenland is het aantal vrouwen met borstkanker van wie de totale vetconsumptie - voornamelijk olijfolie - hoog is, slechts eenderde van het aantal vrouwen met borst kanker in de Verenigde Staten. Een patiŽntcontrole-onderzoek in Spanje toonde een verminderd risico van borstkanker aan bij vrouwen met de hoogste olijfolieconsumptie (13). Uit een groot patiŽntcontrole-onderzoek in Griekenland is naar voren gekomen dat de kans op borstkanker 25% lager ligt bij vrouwen die meer dan eenmaal per dag olijfolie gebruikten (14). Uit een ander patiŽntcontrole-onderzoek in Spanje is gebleken dat vrouwen die tot de groep (top 33%) met de hoogste consumptie van (voornamelijk uit olijfolie afkomstige) enkelvoudig onverzadigde vetzuren (MUFA) behoren, een sterk verminderde kans op borstkanker hebben (15). Daar bij aansluitend heeft een recent patiŽntcontrole-onderzoek in ItaliŽ uitgewezen dat een verminderde kans op borstkanker bij een verhoogde consumptie van onverzadigde vetzuren uit spijsoliŽn bestaat. In ItaliŽ vormt olijfolie ongeveer 80% van de spijsoliŽn, hetgeen duidt op een beschermend effect als gevolg van olijfolieconsumptie (16). Een ander recent patiŽntcontrole-onderzoek in ItaliŽ maakt melding van een significante omgekeerde relatie tussen spijsoliegebruik (voornamelijk olijfolie) en het risico van alvleesklierkanker (17). Twee vooraanstaande wetenschappers op dit gebied, Theresa J. Smith en Harold L. Newmark, suggereren dat dit beschermende effect wellicht is te danken aan de grote hoeveelheid squalene in extra olijfolie (9,10). Deze veronderstelling wordt ondersteund door de uitkomsten van een aanzienlijke aantal experimentele dierproeven. Het merendeel van deze onderzoeken heeft het effect van een plaatselijk of systematisch toegediend squaleen op chemisch geÔnduceerde kankers van de huid, colon en longen van muizen onderzocht. Revolutionaire ontdekking van PPAR-technologie (1-7) heeft ervoor gezorgd dat een vernieuwe visie en nieuwe manier van oplossing tegen kanker in het algemeen kan worden toegepast (lees FN nieuws nr 1 en zie ook www.ppar.nl).

     

    Samenstelling van haaienleverolie

    Olie uit de lever van de diepzeehaai bevat naast Squalene en Vitamines (A, D3 en E), Jodium en Alcohol, ook nog immuniteit-verhogende voedingsstoffen zoals Squalamine en Alkoxylglycerolen. De synergetische werking van deze stoffen samen met squalene hebben bewezen, de conditie en het uithoudingsvermogen van de haai te verhogen en zelfs grote weerstand tegen kanker en andere ziektes te bezitten. De gemiddelde haaienleverolie bestaat uit de diverse werkende stoffen die synergetisch met elkaar werken. Hoe zuiverder de Squalene, hoe minder andere stoffen in zitten.

    Werkingsmechanisme

    In 1936 lukte het Dr. Paul Karrer (1889 - 1971), een wereldbekende Zwitserse hoogleraar en auteur van diverse wetenschappelijke boeken, verbonden aan de Universiteit van ZŁrich, de chemische formule en de structuur van Squalene te bepalen. Haaienleverolie in het Latijns: Squalene exogene oleum. Medische naam is Spinacene of Supraene (Merck Index).

    Biochemische structuur van squalene is C30 H50 (C30:6n-omega2) all trans isoprenoid, dat wil zeggen C30 polyprenyl verbinding bevat 6 prenyl (beter bekend als isoprenoid of isoprene). Deze isoprenoid heeft door de dubbele bandige structuur, de functie van een sterke anti-oxidant en natuurlijke antibioticum. Squalene speelt als meervoudige onverzadigde vet (long-chain polyenes, LCP's) ook een belangrijke rol in de tussenfase van cholesterol synthese in ons lichaam, die o.a. verantwoordelijk is voor gezonde huid en die kankercellen kan differentiŽren tot vetcellen (Fahrenheit Nutritions nieuws nr 1). Squalene is dus als het ware een metaboliet en precursor van de cholesterolsynthese. Squalene kan in het lichaam in goede cholesterol worden omgezet, waardoor de goede serumcholesterolniveaus zouden kunnen worden verhoogd.

    Andere isoprenoids zijn: Betacaroteen, lycopeen, vitamine A en E en CoQ10.

    De onverzadigde koolwaterstof Squalene (C30 H50) bindt waterstof-ionen uit water en verzadigt daarbij de Squalene (C30H62) en komen bij dit chemische proces 3 ongebonden zuurstofmoleculen (O2) vrij.

     

    C30H50 (squalene) + 6H2O (water) ------------> C30 H62 + 3O2 (zuurstof).

     

    Een belangrijke stof in haaienleverolie is de Alkoxyglycerolen (AKG's, ook bekend als G-E: Glycerol Ether lipids) die het natuurlijke afweersysteem stimuleren, en o.a. beschermen tegen kwaadaardige ongecontroleerde celgroei.

     

    Squalene is een energiebron en tegelijk een zeer sterke natuurlijke anti-oxidant die overmatige vrije radicalen kan wegvangen en ongewenste oxidatie kunnen voorkomen.

    Empirisch is het gebleken dat het combineren van squalene met reguliere medicijnen het ziekteprocessen goede en betere resultaten kan opleveren. Ook bewijzen later diverse specialisten dat het tekort aan zuurstof in de cellen het herstelproces remmen en de oorzaak kan zijn van vele aandoeningen en ziekten.

    Japanse wetenschapper Dr. Nideo Noguchi is van mening dat bijna alle kwalen veroorzaakt worden door een tekort aan zuurstof in ons lichaam. Squalene heeft haar waarde bewezen, omdat het de kwantiteit en kwaliteit van zuurstof in de cellen kan reguleren en zo nodig vermeerdert, waardoor vitaliserend effect kan optreden. Squalene bezit dus als een soort omega 2 vet een redox functie, die uit water, zuurstof kan vrij maken (reduceren) en kan laten oxideren, waardoor in het algemeen meer zuurstof in de cellen aangeboden kunnen worden. Squalene is een zuurstofgenerator, die genereert als het ware onze cellen met meer zuurstof en transporteert die naar de kleinste uiteinden van ons lichaam.

    Binnen het lichaam verspreidt Squalene zich gemakkelijk door haar eigenschappen van all-transiteit en apolariteit; het vermogen door de celwanden snel en effectief heen te dringen is hoog. Vooral zal Squalene zich manifesteren in de huid, waaruit voor een heel klein deel reeds uit squalene bestaat en het vetweefsel. De door Squalene aan het weefsel toegevoegde zuurstof bevordert het natuurlijke Ďmetabolismeí.

    Van nature is Squalene in ons lichaam aanwezig, weliswaar in beperkte hoeveelheden. Babyís en peuters bezitten in verhouding tot volwassenen de meeste Squalene. Daarom zijn ze zo actief en energiek met die sprankelende ogen. Meestal rond het 30e-35e levensjaar is het niveau van Squalene bij de meeste mensen sterk gedaald. Het is daarom niet verwonderlijk dat vele sporters juist op die leeftijd terugvallen in hun prestaties! Squalene kan zeker bijdragen aan het verbeteren van (sport)prestatie.

    Haaienleverolie en natuurlijke Squalene heeft bewezen duurzaam effectief te werken en kan worden gezien als een voedingssupplement met een breed scala van eigenschappen en toepassingen:

     

    Eigenschappen op een rij

    • Antibioticum (infectieremmend)

    • Anticoagulans (remt de bloedplaatjesaggregatie, vermindert samenkleving van bloedplaatjes / breekt bloedstolsels af)

    • Antihistaminicum (histaminenwerend)

    • Antiphlogisticum (ontstekingwerend).

    • Anti-allergicum. (allergiewerend)

    • Anti-carcinogenesis

    • Differentiatie kankercellen tot adipocyt (vetcel), apoptosis (celdoding) en necrosis (weefselafbraak).

    • Digestivum (spijsverteringbevorderend).

    • Herstelt auto-immuunsysteem

    • Immunostimulans (verbetert weerstand, bevordert de vorming en activiteit van fagocyten en lymfocyten.).

    • Ondersteunt herstelprocessen bij in- of uitwendige weefselbeschadiging.

    • Bevordert vorming witte bloedlichaampjes

     

    Toepassingen

    • Toename van vitaliteit, conditie en energie door bloedlichaampjes te voorzien van zuurstof

    • Versterkt het immuunsysteem en bevordert de natuurlijke afweer

    • Beheerst chronische auto-immuunziekten zoals reuma, arthritis en psoriasis

    • Onderhoudt een gezonde huid:betere huid en minder rimpels.

    • Beheerst hart- en vaatziekte; vermijdt arteriosclerose

    • Vermindert hoog LDL (slechte) cholesterol.

    • Heeft een anti-dioxerende eigenschap. Beheerst astma en cara-aandoening.

    • Beschermt tegen verkoudheid en griep.

    • Beheerst candida, candidiasis, schimmelziekten en voetschimmels.

    • Herstelt vermoeide en stijve spieren

    • Beheerst mogelijke depressies

    • Verbetert het geheugen en de concentratie

    • Vermindert maagklachen en spijsverteringsstoornissen.

    • Verbetert de bloedsomloop

    • Werkt goed bij ADHD en dyslexie

    • Beheerst allergieŽn en eczeem

    • Reguleert diabetes mellitus (suikerziekte)

    • Geneest brandwonden

    • Stimuleert toename van witte bloedlichamen en de bloedplaatjesaggregatie

    • Beheerst spataderen

    • Voorkomt ontkalking

    • Versnelt genezing van ontstekingen en huidwonden door antibiotische werking

    • Werkt tegen de slechte effecten van bestraling tegen kanker en Chemotherapie.

    • Heeft een sterk tumor vernietigende eigenschap. Beheersing van diverse kankersoorten door toepassing PPAR tech bij suppletie van LCP's (Long Chain Polyenes = lange keten vetzuren) (1-7). Kijk ook www.ppar.nl

    De haai in de evolutie

    De diepzeehaai staat niet op de lijst van beschermde diersoort zoals de walvis dat wel is (walvislevertraan), omdat de diepzeehaaien in tegenstelling tot de kusthaaien geen levende jongen baren. De diepzeehaaien leggen zoals gewone andere vissen eieren. Zo kunnen zij zich snel voortplanten en de natuur bepaalt het verdere verloop. De haai beschikt over een buitengewoon uithoudingsvermogen en het beste afweersysteem dat zo goed als immuun is tegen diverse ziekten, zoals tegen kanker. Bij onderzoek is gebleken dat hij zelfs een buitengewoon afweersysteem heeft tegen kankerverwekkende stoffen. Ook is door specialisten waargenomen dat de wonden van de haai 2x sneller dan bij de mens genezen. De haaien leefden net als de dinosaurussen al zoín 40-400 miljoen jaar geleden op onze aardbol. De haaien hebben zich in de evolutie gehandhaafd, terwijl de dinosaurussen verdwenen zijn.

    Squalene krachtiger dan visolie

    Squalene is zwaarder in moleculaire gewicht dan EPA of DHA, waardoor alle werkzame bindingsplaatsen van de receptor maximaal gebonden kunnen worden zodat in geval van kanker een positieve signaal naar de kern wordt gestuurd, die noodzakelijk is voor de anti-kankerwerking hetgeen tot expressie komt bij de differentiatie van de kankercel tot adipocyt, apoptosis en necrosis.

    Squalene heeft alle geneeskrachtige kenmerken die omega 3 vetzuren in visolie bezitten en bezit bovendien als een soort omega 2 vetzuur een redox functie, die uit water, zuurstof kan vrij maken (reduceren) en kan laten oxideren, waardoor in het algemeen meer zuurstof in de cellen aangeboden kunnen worden en bovendien is squalene is een sterkere anti-oxidant en is all-trans, waardoor hij zichzelf niet blokkeert bij het binnendringen in de cel aan het membraan en heeft een a-polaire molecule, hetgeen betekent dat hij sneller in de cel en weefsel

    kan doordringen. Squalene stinkt niet als visolie naar visgeur; het ruikt zelfs lekker, een beetje peperpuntgeur en geeft meestal geen oprispingen. Squalene heeft als omega 3 vetzuren (C30:6n-omega3) completere en sterkere werkzame groepen.

     

    Conclusie

    Het is duidelijk gebleken dat PPARa , fatty acids (vetzuren) oxidatie, glucoseontwikkeling en aminozuurmetabolisme in de lever reguleren. Medicamenten in de vorm van fibrates zoals bezafibrate, gemfibrozil en GW2331 voor behandeling van hyperlipidemia, die triglyceride plasma level in het bloed verlaagt en die vasculaire inflammatie reduceert zijn agonisten en ligands van PPARa , de zogenaamde PPARa activators.

    Diverse klinische onderzoeken bewijzen dat fibrates coronaire atherosclerosis significant reduceren. Zowel PPARα en PPARγ activators zijn de onverzadigde langketige vetzuren (LCP of PUFA).

     

    Door toepassing van agonisten zoals Thiazolidinedione derivaten (zijn synthetische Ligands), een antidiabeticum zoals bij voorbeeld Troglitazone en Pioligtazone, die na binding met PPARg de resistente weefselcellen gevoeliger kan maken voor insuline en diverse categorieŽn liganden voor PPARg zoals 15-deoxy D 12,14 PGJ2, en natuurlijke ligands/agonisten zoals de lange keten vetzuren in visolie EPA (C20:5n-omega3) en DHA (C22:6n-omega3) en squalene (C30:6n-omega2) kan men competitief de PPARg laten blokkeren en de proliferatie van kankercellen wordt omzeild en gedifferentieerd tot adipocyt, apoptosis of necrosis.

     

    Met andere woorden de vetzuren die in de cel zijn opgenomen kunnen zich binden aan zogeheten PPAR eiwitten. Het eiwit-vetzuur-complex bindt zich vervolgens aan het DNA van de cel, waarna er een cellulaire reactie kan volgen in de vorm van differentiatie. Bepaalde genen worden uitgeschakeld, terwijl andere genen juist tot verhoogde expressie komen.

    Deze revolutionaire ontdekking biedt steun aan de veronderstelling dat het transcriptietraject van PPARg terminale differentiatie van maligne cellen van diverse organen tot stand kan brengen en daardoor perspectief biedt op een nieuwe, niet-toxische therapie voor humane borstkanker en diverse andere carcinomen. Maar deze natuurlijke ligands kunnen bovendien ook als agonisten van PPARα ingezet worden en dus kunnen zij cardiovasculaire en inflammatoire ziekten sterk reduceren en preventief toegepast worden.

    Deze agonisten in de vorm van de lange keten vetzuren in visolie EPA (C20:5n-omega3) en DHA (C22:6n-omega3) en squalene (C30:6n-omega2) zijn relatief goedkoop en bijna overal te verkrijgen. Squalene is nog onbekend en daarom zijn squalene capsules nog moeilijk in de winkel of drogist te vinden in vergelijking met de bekende visolie capsules.

     

    Referenties

    1. Tetsuya Kubota,Kozo Koshizuka,Elizabeth A.Williamson,CS, CANCER RESEARCH 58,3344-3352, August 1,1998.

    2. Proc.Natl.Acad.Sci.USA, Elena Elstner,Carsten Muller,Kozo Koshizuka,Hiroya Asou,CS, Vol.95, pp.8806-8811, July 1998

    3. Yasunori Tsubouchi,Hajime Sano,Yutaka Kawahito,Ryoji Yamada,CS, Bioochemical and Biophysical Research Communications, 270,400-405(2000)

    4. Paul Terry, Paul Lichtenstein, Maria Feychting, Anders Ahlbom, Alicja Wolk, Vol 357, June 2, 2001 The Lancet

    5. Jean-Philippe Bastard, Martine Caron, Hubert Vidal, Veronique Jan, Martine Auclair , ÖÖÖÖÖÖ.., Jacqueline Capeau, Vol 359, March 23, 2002 The Lancet

    6. Joseph Vamecq, Norbert Latruffe, Vol 354, July 10, 1999 The Lancet

    7. E. Mueller, P. Sarraf , ÖÖ Bruce M. Spiegelman. Molecular Cell. Vol 1, 465-470, February, 1998

    8. Fatty acids and eicosanoids regulate gene expression through direct interactions with peroxisome proliferator-activated receptors a and g . Steven A. Kliewer, Scott Sundseth et al. Nat. Academy of Sciences of the USA 1997

    9. Newmark HL. Squalene, olive oil, and cancer risk: a review and hypothesis. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev 1997;6:1101-1103.

    10. Rao CV, Newmark HL, Reddy BS. Chemopreventive effect of squalene on colon cancer. Carcinogenesis 1998;19:287-290

    11. Nakagawa M, Yamaguchi T, Fukawa H, et al. Potentiation by squalene of the cytotoxicity of anticancer agents against cultured mammalian cells and murine tumor. Jpn J Cancer Res 1985;76:315-320.

    12. Takashi Tokota M.D., 'The Miracle of Squalene (Cures Cancer & Modern Diseases)'

    13. 13. Martin-Moreno JM, Willett WC, Gorgojo L et al. Dietary fat, olive oil intake and breast cancer risk. Int.J Cancer 1994;58:

    14. 14. Trichopoulou A, Katsouyanni K, Stuver S et al. Consumption of olive oil and specific food groups in relation to breast cancer risk in Greece. J Natl.Cancer Inst. 1995;87:110-6.

    15. 15. Landa MC, Frago N, Tres A. Diet and the risk of breast cancer in Spain. Eur.J Cancer Prev. 1994;3:313-20.

      16. Franceschi S, Favero A, Decarli A et al. Intake of macronutrients and risk of breast cancer. Lancet 1996;347:1351-6.

      17. La Vecchia C, Negri E. Fats in seasoning and the relationship to pancreatic cancer. Eur.J Cancer Prev. 1997;6:370-3.

    16. The Medicine Discoverer, January 1994, ĎThe Secret Healing Power of Sharksí,

    17. Dr. William Lane Comac, 'Sharks don't Get Cancer', 1992.

    Dit artikel is in het vaktijdschrift Beyond Medicine, 2004 en 2005 gepubliceerd geweest.

    Om PDF-bestanden te kunnen lezen , heeft u nodig  Adobe Acrobat Reader.

    Get Acrobat Reader

    Inspired by Nature.
                                 Driven by Science.

                                                                     Passionated by Nutrition.

                                                            

    Home    

    Natuurlijk Herstel. Altijd beter! 

    Lukas T.S. Tjan

    • Voedingsadviezen

    • Nutrition Development

    • Complementaire geneeskunde

    • Marketing Voeding & CAM

    © Science for Life. 2001-2011. Deze homepage is gemaakt door Mandala Communicatie, www.mandalacommunicatie.nl   

    Op deze homepage berust een copyright. Voor meer info kunt u e-mailen naar info@scienceforlife.eu 

    Voor alle op deze homepage vermelde informatie geldt de algemene disclaimer.