Nieuwe visie op MS en de stof x

                                                       Een revolutie in de medische wetenschap

Tekst Lukas T.S. Tjan

Miltiple Screlose is de meest voorkomende neurologische aandoening onder jongvolwassenen. Het vůůrkomen van de ziekte heeft enkele kenmerken. Epidemiologisch onderzoek heeft uitgewezen dat MS vaker voorkomt in landen met een koel klimaat. Dat wil zeggen dat naarmate de breedtegraad toeneemt, ook de prevalentie van MS toeneemt. Dus in warme landen zoals aan de Middellandse zee en dicht bij de evenaar wordt er zelden MS waargenomen. Welke associaties op het gebied van voeding en voedingsgewoontes kunnen we trekken en welke veronderstellingen kunnen we maken. Is neureguline de stof x met de groei-factor? Is squalene in olijfolie, palm-en kokosolie een agonist en ligand als neureguline die wij bij MS kunnen gebruiken?! Vrouwen hebben meer kans om MS te krijgen. Van iedere vijf MS-patiŽnten zijn er drie vrouwen en twee mannen. De ziekte wordt meestal ontdekt tussen het twintigste en veertigste levensjaar. Wereldwijd zijn er 2,5 miljoen personen die aan de ziekte lijden. In Nederland lijden nu 16.000 personen aan MS, althans die officieel geregistreerd zijn.

MS een ziekte met een grillig, onvoorspelbaar verloop.

Multiple Sclerose (MS) is een ziekte van het centrale zenuwstelsel die kan leiden tot zeer uiteenlopende klachten. Bij sommige mensen gaan de klachten op en neer, bij anderen nemen de klachten langzaam toe. Het is moeilijk om MS in een paar woorden te karakteriseren omdat de ziekte zo onvoorspelbaar is.

Het ziektebeeld is zeer grillig, omdat we in de meeste gevallen niet weten waar en wanneer de ontstekingen bij MS kunnen ontstaan. Perioden van terugval (regressie) zoals bij schub of exacerbatie worden vaak afgewisseld met perioden van herstel (remissie). Het onvoorspelbare verloop wordt door bijna iedere MS-patiŽnt als bedreigend ervaren.

Fout in het immuunsysteem

Bij MS ontstaan ontstekingen en beschadigingen in hersenen en ruggenmerg. Oorzaak is een fout in het immuunsysteem. Normaal richt dit systeem zich tegen virussen en bacteriŽn. Een reactie tegen het eigen lichaam is uit den boze. Echter, bij MS gaat de afweer in de fout: het onderscheid tussen ďlichaamseigenĒ en ďlichaamsvreemdĒ wordt niet goed gemaakt. Gevolg is een reactie tegen het eigen zenuwstelsel (de auto-immuun reactie). Doelwit zijn de zenuwcellen, maar vooral de isolatielaag eromheen. Deze isolatielaag bestaat uit myeline en lipiden en zorgt ervoor dat de zenuwvezels de elektrische signalen zeer snel doorgeven. Alleen zo kan de mens lichamelijk en geestelijk goed functioneren. De foute afweerreacties gaan gepaard met ontstekingen en leiden tot onherstelbare schade aan zenuwvezels en myeline.

MS is een chronische ďautoimmuunĒ ziekte\aandoening van het central zenuwstelsel (CZS), waarbij oligodendrocyten langzaam verslechteren en daardoor de myelineschede (het myeline, de zogenaamde witte stof) rond zenuwbanen geleidelijk wordt vernietigd. Dit proces vindt plaats in verschillende (multiple) gebieden van het CZS.

We kunnen veronderstellen dat bij auto-immuunziekten interne factoren zoals genetische, hormonale en afwijking in metabolisme en synthese en omgevingsfactoren zoals ziekteverwekkers als virussen en bacteriŽn, psychische gesteldheid, bijwerking geneesmiddelen en vooral verkeerde voeding, een rol spelen bij het ontwikkelen van MS.

 T-killercellen bij MS

Het humorale afweersysteem neemt een zeer belangrijke plaats in bij het functioneren van ons lichaam. Het beschermt ons namelijk tegen aanvallen van bacteriŽn, virussen, parasieten (antigenen), het voorkomt allergieŽn, verwijdert ongewenste, onverteerbare voedselresten en ruimt kankercellen op. Ons immuunsysteem biedt een natuurlijke bescherming tegen antigenen (lichaamsvijandige eiwitten) door antistoffen te maken.

Cellen met ongewenste receptoren kunnen worden gekoppeld aan bepaalde eiwitten tot zogenaamde immuuncomplexen. Dit zijn antigenen die ons lichaam zťlf aanmaakt. Ze kunnen T-cellen activeren en zo een auto-immuunziekte doen ontstaan. T-cellen kunnen nŠ een virale- of bacteriŽle infectie gaan reageren op een bepaald auto-antigeen dat ze vůůr het doormaken van die infectie steeds hebben genegeerd.

    

Zenuwcellen en groeifactoren

Eťn hypothese is dat in MS een tekort aan groeifactoren een rol kunnen spelen in de pathogenese. Verschillende typen dierexperimenten hebben aangetoond dat IGF-I de differentiatie en de synthese van myeline stimuleert in oligodendrocyten en motoneuronen en beschermt tegen apoptose. Zenuwcellen zijn verantwoordelijk voor de signaaloverdracht van en naar de hersenen. De gliacellen en zenuwbanen zijn omgeven zijn myeline. Gliacellen spelen een belangrijke rol bij de ondersteuning van zenuwcellen en kunnen onderverdeeld worden in astrocyten, oligodendrocyten, microglia en ependymcellen. Astrocyten spelen een rol in de homeostase en in de uitwisseling van substanties tussen bloedbaan en neuronen, hebben een nutritionele en trofische werking op neuronen, en reguleren de werking van sommige neurotransmitters. Oligodendrocyten vormen de myelineschede rond de zenuwuitlopers (axonen). Myeline speelt een belangrijke rol in de signaalgeleiding van zenuwcellen in het CZS. Microglia zijn de immuuncellen van het CZS die een belangrijke rol spelen in het afweermechanisme.

Zenuwcellen hebben groeifactoren nodig om te overleven, om hun specifieke signaalfuncties te vervullen, om zich te beschermen tegen geprogrammeerde celdood (apoptose) en toxische invloeden van buitenaf. Een grote groep groeifactoren zijn momenteel gekend die deze eigenschappen hebben. Tot deze groep behoren de ďInsulin-like growth factors (IGFs)Ē. Zij zijn een onderdeel van een complex systeem, namelijk het IGF-systeem. Dit systeem bestaat

uit twee verschillende groeifactoren: IGF-I en IGF-II, twee typen receptoren en zes IGFbindingsproteÔnen (IGFBPs). BindingsproteÔnen kunnen de groeifactor effecten verminderen en zelfs remmen (inhiberen) of versterken (stimuleren).

 

Regelaar van myeline-productie in het zenuwstelsel ontdekt!

Wetenschappers van het Max Planck Instituut uit Duitsland hebben een moleculaire groeifactor ontdekt die de aanmaak van myeline rond zenuwcellen stuurt. De ontdekking van deze groeifactor kan van wezenlijk belang zijn voor de ontwikkeling van therapieŽn voor Multiple Sclerose patiŽnten.

De omhulling van zenuwvezels door de zogenaamde myeline-schede is in ons centraal zenuwstelsel essentieel voor de snelle en accurate voortgeleiding van zenuwimpulsen van de hersenen naar de rest van het lichaam of andersom. Door de aanwezigheid van een myeline-schede rondom de zenuwvezels vindt informatie-overdracht in het centrale zenuwstelsel snel en volledig plaats. In een gezond lichaam geldt dat hoe dikker de myeline-schede, hoe sterker de zenuwvezel is.  

Sinds jaar en dag vraagt men zich in wetenschappelijke kringen af hoe de cellen ďwetenĒ wanneer ze te maken hebben met een dikke of een dunne zenuwvezel, en of ze deze met een dikke of met een dunne laag myeline moeten omwikkelen.

Een wetenschappelijk onderzoeksteam onder leiding van Prof. Klaus Armin Nave van het Max Planck Instituut voor experimentele geneeskunde te Munchen, Duitsland heeft onlangs bij muizen ontdekt dat dit verband tussen de myeline-schede en de zenuwvezel wordt gereguleerd door een groeifactor met de naam  axonale neuroreguline I. Uit het onderzoek blijkt dat hoe meer signalen door deze axonale neuroreguline I worden uitgeoefend op het oppervlakte van de zenuwcellen, hoe meer de cellen groeien die de myeline als beschermingslaag om de zenuwvezels bouwt. De onderzoekers vermoeden dat zich in het centraal zenuwstelsel een vergelijkbaar signaleringssysteem tussen axonen (zenuwuitlopers) en bindweefselcellen ontwikkeld heeft, dat de myeline-aangroei stuurt.

Neureguline-receptoren geeft via de neureguline, de oligodendrocyten de opdracht om myeline aan te maken.

De ontdekking van deze groeifactor is van wezenlijk belang voor een beter begrip van lichaamseigen reparatie processen, in het bijzonder voor voor  demyeliniserende ziekte zoals Multiple Sclerose. Wel mag het onderzoek als een doorbraak worden beschouwd in het onderzoek naar processen die de remyelinisatie en daarmee het herstel van zenuwweefsel bij MS-patiŽnten bevorderen. Dit is een belangrijke ontdekking omdat de ontdekte groeifactor een sleutelrol vervult bij het ontstaan en in stand houden van de myelinelaag. Vervolgonderzoek moet er toe leiden deze ontdekking om te zetten in een daadwerkelijke behandeling. Daartoe zou men de groeifactor  zelf kunnen toedienen of stoffen die de aanmaak ervan door het eigen lichaam bevorderen.

Een agonist en ligands (=organische moleculen met een hoog moleculair gewicht met een sterke adhesie) van deze groeifactor neureguline is ook squaleen/squalene.

 

 Aanmaak van de myeline-schede en oligodendrocyten
Oligodendrocyten zijn de cellen die in het centrale zenuwstelsel een uniek type cel-membraan maken, de myeline-schede. Deze cellen vormen een groot aantal uitlopers, die als ze een axon vinden zichzelf daar een aantal malen strak omheen wikkelen. Nadat dit wikkel-proces is voltooid, is er een 'hoesje' om het axon ontstaan, de myeline-schede.

Myeline is een vetachtige stof die in de vorm van myeline of mergschede de neuriet nname van voldoende squalene teruggedrongen wordenwe hierbij gebruiken!isolerend omhult. Deze schede wordt omkleed door het neurilemma ( schede van Schwann). De myelineschede speelt een belangrijke rol bij de impulsgeleiding in de axon.
De mergschede ontstaat op opmerkelijke wijze. Langs de embryonale zenuwvezel liggen Ė bij zenuwvezels van het perifeer zenuwstelselĖ als een parelsnoer cellen van Schwann, die de vezel als het ware omhullen.
De inwendige plooi van de celmembraan van de cel van Schwann, waarbinnen de zenuwvezel is gelegen, gaat enkele tientallen keren roteren, waardoor een rol van celmembranen om de vezel wordt gevormd. Elke rol vormt een segment van de mergschede. De segmenten grenzen aan elkaar, door een insnoering van Ranvier gescheiden. Bij elk segment hoort nog een schede van Schwann, het buiten de mergschede gelegen, tot cilindrische membraan vervormde cytoplasma met kern van de cel van Schwann, die het gehele mergschedesegment blijvend omsluit.

Deze schede heeft een zeer belangrijke functie: zij is een soort isolatieband dat het axon electrisch isoleert. Zonder deze isolerende laag om de axonen neemt de efficiŽntie van het doorgeven van zenuwsignalen drastisch af en lopen de signalen van ieder axon in een zenuwbundel ongelijk.

Dit is wat er aan de hand is als er 'demyelinisatie', dat wil zeggen, afbraak van het myeline, is opgetreden, zoals dat ook bij mensen met MS voorkomt.

De myeline-schede is niet zo maar een membraan, zij heeft een unieke samenstelling. In myeline bevindt zich een aantal eiwitten en vetachtige moleculen of lipiden. Zeker een zestal van deze eiwitten, de zogenoemde myeline-eiwitten, zijn specifiek.

Samenstelling myeline-schede

Myeline wordt geproduceerd en onderhouden door oligodendrocyten. Myeline is voor 70 % samengesteld uit lipiden en een aantal specifieke proteÔnen, waarvan 70 tot 80 % de membraan proteÔnen " myelin basic protein " ( MBP) en myeline proteolipide proteÔne (PLP ) zijn. PLP staat ook bekend als lipophiline. Zonder deze belangrijkste eiwitten PLP, MBP en MAG kan er geen functionele myeline-schede bestaan, wat ook het geval is voor GC en sGC, twee van de myeline-lipiden. Een andere proteolipide, DM-20, een verkorte isoform van PLP, wordt in kleinere hoeveelheden in de myelineschede gevonden.

Enkele lipiden die men verder in de myeline aantreft zijn : Schwann cell myelin protein (SMP), Myelin/ ligodendrocyte glycoprotein (MOG), Oligodendrocyte-myelin glycoprotein (OMgp), Myelin vesicular protein (MVP17; Myelin and Lymphocyte protein (MAL)) en Fatty acid: Oleic acid [C18:1 (n-9).

Deze myeline-eiwitten komen dus nergens anders in het lichaam voor dan in de myeline-schede. De myeline bestaat uit 5 tot 13 layers (lagen). Ieder eiwit heeft zijn eigen gen, een stuk DNA in de celkern dat de code voor de samenstelling van dat eiwit in zich draagt. In die kern wordt vanaf het eiwitgen eerst een messenger (boodschapper) RNA molecuul overgeschreven dat vervolgens uit de kern vertrekt en elders in de cel wordt vertaald tot het juiste eiwit. De meeste eiwitten komen daarna terecht in een veellagig systeem van membranen, het Golgi-apparaat.
Het Golgi-apparaat, of kortweg Golgi, is binnen de cel een soort sorteerstation voor eiwitten, en ook voor lipiden. De oligodendrocyt maakt enorm veel eiwitten, veel meer dan welk ander celtype in ons lichaam ook, en om die reden zit er heel veel Golgi in de oligodendrocyt.

Vanuit het Golgi gaat het eiwit op weg naar zijn bestemming. Voor een myeline-eiwit betekent dat een tocht helemaal door de uitlopers, en dan nog daar voorbij naar de myeline-schede of de sheet.

 

 Relatie incidentie MS en voeding

Er is een zeer duidelijk verband door diverse wetenschappers gelegd: hoe hoger de breedtegraad  (dus meer koude regionen), hoe hoger de prevalentie van MS. De relatie kunnen we enerzijds verklaren in de leefomstandigheden en anderzijds in het voedingspatroon van de bewoners. Epidemiologisch onderzoek heeft duidelijk uitgewezen dat de voeding een voorname rol speelt bij de incidentie van MS.

Basis voedingsstof in de Ďwarmeí landen is kokos- en palmolie in de tropen en olijfolie in de Mediterrane regionen, terwijl daar veel minder dierlijke verzadigde vetten worden geconsumeerd dan de westerse landen. Vanaf jongs af aan worden kinderen en zelfs babyís letterlijk en figuurlijk vol met deze tropische en sub-tropische oliŽn met de paplepel ingegoten. Terwijl de kinderen in de westerse landen dagelijks met boter, margarine en andere melkproducten worden volgepropt.

Opmerkelijk is dat deze olijf-, palm- en kokosoliŽn squalene bevatten, weliswaar in kleine hoeveelheden (0,4-0,8%). Maar door het dagelijks gebruik krijgt men toch voldoende squalene binnen om van de voordelen van de eigenschappen van squalene te kunnen profiteren. Twee vooraanstaande wetenschappers op dit gebied, Theresa J. Smith en Harold L. Newmark, suggereren dat dit beschermende effect is te danken aan de hoeveelheid squalene.

 

Diverse vetzuren uit onze voeding worden gebruikt om prostaglandines aan te maken. Prostaglandines zijn hormoonachtige stoffen die de stofwisseling in het lichaam regelen. Onverzadigde vetzuren, onder andere uit vette vis, noten, zaden en koudgeperste oliŽn, bevorderen de aanmaak van ontstekingsremmende, afweerondersteunende prostaglandines.

Westerse voeding levert in het algemeen onvoldoende onverzadigde vetzuren en te veel verzadigde vetzuren, want westerse voeding is vol van vet vlees, snacks, margarine en kaas.

Bovendien wordt er in de westerse voeding veel meer (te veel) melkproducten geconsumeerd dan de Ďwarmeí landen, hetgeen tot uiting kan komen in meer verslijmingen en ontstekingen van lichaamsdelen en indirect heeft bijdragen in meer incidentie van MS.

Het is verder gebleken dat het zenuwstelsel van MS-patiŽnten specifiek een tekort aan essentiŽle vetzuren vertoont. Verzadigde vetten en ook alcohol, geraffineerde suikers, kunstmatige hulpstoffen, de zogenoemde E-nummers en stress bevorderen de aanmaak van ontstekings-bevorderende, afweerremmende prostaglandines. Het beperken van deze producten is daarom aan te bevelen.

 

Uit recente onderzoeken en ervaringen uit de orthomoleculaire praktijk blijkt echter dat voeding een belangrijke rol kan spelen bij het ziekteverloop van MS.

Een volwaardige voeding met extra aandacht voor ondersteuning van het afweersysteem, de ontgifting, de vetzuurstofwisseling, de spijsvertering en de vitamines en mineralenbalans levert een belangrijke bijdrage in de therapie van MS. Toevoeging in de vorm van oliecapsules, zoals squalene, visolie of lijnzaadolie, blijkt met name in het beginstadium van MS gunstige resultaten te hebben.  

Squalene is een lichaamseigen stof die wij in ons lichaam zelf produceren, weliswaar in kleine hoeveelheid, maar onmisbaar voor ons lichaam. Squalene speelt een voorname en essentiŽle rol in de chemische processen in ons lichaam met name bij biochemische lipidsynthese oftewel vetzuur\cholesterol synthese om het menselijk lichaam gezond te houden. Squalene is qua structuur C30 H50 (C30:6n-omega2) een Omega 2 met 6 dubbele banden en het betekent dus een sterke anti-oxidant en speelt een grote rol als transporteur van zuurstof, ontgifter van de lever en werkt dus bloedzuiverend. Op moleculaire niveau heeft Squalene de functie als een katalysator bij het hervormen en herstellen van myelineschede en bezit een soort groeifactor om de zwakke myeline op te bouwen. Squalene zorgt o.a. ervoor dat de myeline sterk en krachtig blijft en voorkomt auto-immuunreactie van de myeline-scheden en oligodendrocyten. Squalene voorkomt demyelinisatie door haar ontstekingsremmende en ontstekingswerende werking en werkt bovendien immunomodulerend waardoor ontstekingen aan dit gevoelige deel van ons zenuwsysteem voorkomen kunnen worden.

Behandelmogelijkheden

MS is een chronische ziekte en is volgens de meeste reguliere specialisten nog niet te genezen. Gelukkig zijn er wel mogelijkheden en alternatieven om de ziekte af te remmen, een aanval stop te zetten of voor bestrijding van de klachten. We onderscheiden behandelingen met medicijnen en andere vormen van behandeling zoals fysiotherapie, diŽtitiek, ergotherapie, psychotherapie en\of orthomoleculaire geneeskunde. Squalene en andere meervoudig onverzadigde verzuren kan dus bij MS ingezet worden, maar verwacht geen wonderen wanneer MS al te lang en te ver gevorderd is. Vanwege de grilligheid en de diversiteit van het ziektebeeld is er geen standaardbehandeling.

Conclusie

Het is nu duidelijk dat vele chronische ziekten auto-immuunziekten zijn. Door het toedienen van een protease-mix bestaande uit proteasen, amylasen en lipasen samengesteld uit een mix van plantaardige (papaine en bromelain) enzymen wordt het terugdringen van auto-antilichamen sterk bevorderd. Door orale toediening van niet toxische enzymcomplex kunnen de kwade cellulaire complexen met of zonder proteolytisch worden opgelost. Suppletie van Squalene capsules en/of omega 3 vetzuren/ visolie is aan te bevelen omdat deze essentiŽle vetzuren actieve voedingsstoffen bevatten, die gunstige en ondersteunende werking hebben op diverse auto-immuunziekten. Enzymen-complex en omega-vetzuren hebben gunstige invloed op de aanmaak van eicosanoÔden (prostaglandines, leucotriŽnen en thromboxanen) in het lichaam, die onder meer ontstekingsprocessen bij o.a. reumatische aandoeningen, migraine, psoriasis, allergieŽn en zenuwontstekingen reguleren. Aangevuld met een hoge dosis vitamine C (2000 - 4.000 mg) met bioflavonoiden kan de synergetische werking optimaler werken.

Wat is squalene?

Squalene\squaleen is een meervoudig onverzadigde stof (Omega 2) die door het lichaam wordt aangemaakt. Het is een lichaamseigen stof, die ons lichaam van nature produceert. Squalene is een normale stof, die in de mens voorkomt, weliswaar in kleine hoeveelheid, maar onmisbaar voor ons metabolisme. Plus minus 10% van onze oppervlaktehuid (huidlipiden) bestaat uit squalene. Pasgeboren babyís krijgen de meeste squalene mee. De productie vermindert met het ouder worden vooral tussen 30e en 40e jaar neemt de kwantiteit van squalene in ons lichaam sterk af. Het is dan misschien niet zo gek dat de meeste topprestaties van sporters in die fase structureel afnemen. Minder goed functionerende delen in het lichaam hebben meer behoefte aan Squalene dan andere delen en bovendien stimuleert squalene andere stoffen beter te functioneren.

Squalene speelt een voorname en essentiŽle rol in de chemische processen in ons lichaam met name bij biochemische lipidsynthese oftewel vetzuur\cholesterol synthese om het menselijk lichaam gezond te houden. Squalene is qua structuur C30 H50 (C30:6n-omega2) een Omega 2 met 6 dubbele banden en het betekent dus een sterke anti-oxidant. Het vermindert in het algemeen slechte LDL-cholesterol, verlaagt bloedcholesterol en verhoogt HDL-cholesterol, omdat deze stof een voorloper van cholesterol en steroÔdhormonen is. Suppletie van squalene reageert met de enzym Squalene Mono-oxygenase en er ontstaan uiteindelijk sterolen die een grote hoeveelheid zuurstof bezitten. De productie tot steroÔden gaat gepaard met warmteontwikkeling en zo komt energie vrij door de energiebron de mitochondria. Squalene genereert meer zuurstof waardoor het lichaam optimalere bloedcirculatie ondersteunt en zo beter en meer energie kan produceren. Squalene  speelt een grote rol als transporteur van zuurstof, ontgifter van de lever en werkt dus bloedzuiverend. Tevens heeft squalene de functie van katalysator om bepaalde auto-immuunziekte te stoppen en te herstellen. Squalene moduleert ook een soort groeifactor. Daarom zorgt de stof goed voor gezonde en sterke huid en nagels. Ook kan squalene stimulerend werken op het beenmerg en zo het aantal leucocyten (witte bloedcellen, nodig voor onze afweer) verhogen. Ook kan squalene bij een range van aandoeningen en ziektes ingezet worden. Een diepzeehaai beschikt over een enorm reservoir aan squalene in de lever. Haaienleverolie bestaat in de meeste gevallen voor ongeveer 60-85% uit Squalene wat ook maar in mindere mate (0,4-0,8%) voorkomt in olijfolie, palm-en kokosolie. Tijdens het productieproces kan heel gemakkelijk op natuurlijke wijze squalene concentraties tot 99,0% gedestilleerd worden.

Historische importantie

Biologen en archeologen hebben geconstateerd dat in bacteriŽn die rond 3,5 miljard jaar geleden hebben bestaan en in de cellen van membranen van o.a. fossielen in de pre-cambriumtijd, rijk waren aan squalene. We kunnen aannemen dat de stof squalene zeer belangrijk en essentieel was in de prille oorsprong van leven op aarde.

Vissers over of de gehele wereld zijn al eeuwen lang bekend met de voordelen van de eigenschappen van de haaienleverolie uit diepe wateren. Japanse vissers van het schiereiland Izu, noemden eeuwen geleden al de haaienleverolie uit een diepte van 1000 m ďSamedawaĒ of Panacea ofwel ďAllesgenezerĒ die gebruikt wordt tegen allerlei kleine en ernstige kwalen. In China zijn in de oudheid de voordelen van haaienleverolie opgeschreven en naar Japan overgebracht en opgetekend in het pharmaceutische boek ďHonzukomukoĒ. In Noorwegen en Zweden was haaienleverolie een traditioneel middel voor uitwendig gebruik voor het helen van wonden en voor de bescherming van de huid, tegen de zon op zee en beschadiging van de handen tijdens het binnenhalen van de netten. Het werd ook ingenomen tegen ademhalings- en gewrichtsproblemen. De Japanse chemicus dr. M. Tsjujimoto ontdekte in 1906 dat een specifieke stof in de leverolie van haaien behorend tot de familie ĎSqualidaeí , die verantwoordelijk is voor de heilzame werking en hij noemde deze stof ĎSqualeneí.

Een prehistorisch dier, zoals de diepzeehaai beschikt over een enorm reservoir aan squalene in de lever.

 

De haai in de evolutie

De diepzeehaai staat niet op de lijst van beschermde diersoorten zoals de walvis dat wel is (walvislevertraan), omdat de diepzeehaaien in tegenstelling tot de kusthaaien geen levende jongen baren. De diepzeehaaien leggen zoals gewone andere vissen eieren. Zo kunnen zij zich snel voortplanten en de natuur bepaalt het verdere verloop. Ze zijn klein, maximaal 1,5 meter lang en ze voeden zich met plankton, algen en kleine visjes.

Haaien worden niet special gevangen voor de olie alleen. De olie is een bijproduct van haaien die gevangen worden voor hun vlees. In het oosten worden door diverse volken al eeuwenlang het haaienvlees vooral in haaienvinnensoep regelmatig geconsumeerd. De haai beschikt daarom over een buitengewoon uithoudingsvermogen en het beste afweersysteem dat zo goed als immuun is tegen diverse ziekten, zoals tegen kanker. Bij onderzoek naar haaien en ziekte door dr. Carl Luer, biochemicus in Florida is gebleken dat de haai zelden of nooit kanker krijgt, zelfs bij blootstelling aan grote hoeveelheden uiterst carcinogene stoffen, bleek hij een buitengewoon afweersysteem te hebben. Ook is door specialisten waargenomen dat de wonden van de haai 2x sneller genezen dan bij de mens. De haaien leefden net als de dinosaurussen al zoín 65-300 miljoen jaar geleden op onze aardbol. De haaien hebben zich in de evolutie gehandhaafd, terwijl de dinosaurussen verdwenen zijn.

Dit prehistorische dier heeft zich dus miljoenen jaren aan alle grote veranderingen van onze planeet aangepast. Ze hebben simpelweg perfect en bijna onveranderd overleefd wat betreft hun bouw, hun zintuigen, hun paargewoonten en vooral hun weerstand tegen ziekten. We kunnen concluderen dat de haai een sterk geŽvolueerde vissoort is. Ze kunnen zelfs een hoge leeftijd, boven 100 jaar bereiken.

 

Samengesteld door Lukas T.S. Tjan, Voedingswetenschapper

 Literatuur

1.             Axonal neuregulin-1 regulates myelin sheath thickness.Galin V. Michailov, e.a. Science, 26 maart 2004.

2.             Isoform-specific expression and function of neuregulin. Dirk Meyer, Tomoichiro Yamaai, Alister Garett et al. Development Biologists limited 1997.

3.             Neuregulin, a factor with many functions in the life of a Schwann cell. Alistair N. Garett, Stefan Britsch and Carmen Birchmeier. Bioessays 22. 987-996. 2000

4.             Neuregulin Signaling Regulates Neural Precursor Growth and the Generation of Oligodendrocytes In Vitro. Viviane Calaora, Bernard Rogister, Keren Bismuth et al. Society for Neuroscience 2001.

5.             Strandberg TE, Tilvis RS, Miettinen TA. Metabolic variables of cholesterol during squalene feeding in humans: comparison with cholestyramine treatment. J Lipid Res 1990;31:1637-1643.

6.             Smith TJ. Squaleen: potential chemopreventive agent. Expert.Opin.Investig.Drugs 2000;9:1841-8.

7.             Gylling H, Miettinen TA. Postabsorptive metabolism of dietary squaleen. Atheroscler. 1994;106:169-78.

8.             Kohno Y, Egawa Y, Itoh S, et al. Kinetic study of quenching reaction of singlet oxygen and scavenging reaction of free radical by squalene in n-butanol. Biochim Biophys Acta 1995;1256:52-56.

9.             Rao CV, Newmark HL, Reddy BS. Chemopreventive effect of squalene on colon cancer. Carcinogenesis 1998;19:287-290.

10.         Neil Solomons MD.Ph.D. and Richard Passwater, Ph.D. ĎThe Healer Sharkí, 1998

11.         Dr. William Lane Comac, 'Sharks don't Get Cancer', 1992. ď Shark still donít have Cancerí, 1996

12.         Takashi Yokota M.D., 'The Miracle of Squalene (Cures Cancer & Modern Diseases)'

13.         Dr. Bikul Das. The Science behind Squalene. The Human Antioxidant. 2000. Toronto Canada

14.         Martin-Moreno JM, Willett WC, Gorgojo L et al. Dietary fat, olive oil intake and breast cancer risk. Int.J Cancer 1994;58:

 

Inspired by Nature.

                             Driven by Science.

                                                                    Passionated by Nutrition.

Home    

Natuurlijk Herstel. Altijd beter! 

Lukas T.S. Tjan

  • Voedingsadviezen

  • Nutrition Development

  • Complementaire geneeskunde

  • Marketing Voeding & CAM

© Science for Life. 2001-2011. Deze homepage is gemaakt door Mandala Communicatie, www.mandalacommunicatie.nl   

Op deze homepage berust een copyright. Voor meer info kunt u e-mailen naar info@scienceforlife.eu 

Voor alle op deze homepage vermelde informatie geldt de algemene disclaimer.