Concensus statement 2000 Mediterrane voeding

De natuur is onze beste medicijn. En onze duurzaamste medicijnen zijn voeding en leefstijl.

Je bent wat je eet, wees er van bewust!

 

Scientific Consensus Statement 2000

Voedingsvetten, de Mediterrane Voeding en een Gezond Lang Leven

Internationale Conferentie over de Mediterrane voeding 2000
Royal College of Physicians - Londen, Engeland - 13-14 januari 2000

Een wetenschappelijk platform
Frank Sacks, Harvard School of Public Health, vice-ovoorzitter
Gerd Assmann, International Task Force for Prevention of Coronary Heart Disease,
Vice-voorzitter
K. Dun Gifford, Oldways Preservation & Exchange Trust, secretaris en facilitator

Een samenvatting
Voedingsvetten, De Mediterrane Voeding,
en een Leven Lang Gezond zijn

Er liggen steeds meer wetenschappelijke bewijzen op tafel dat een voeding rijk aan fruit, groenten, peulvruchten en volwaardige granen, vis, noten en vetarme zuivelproducten, bijdraagt aan een goede gezondheid. In een dergelijk voedingspatroon hoeft de totale vetiname niet aan banden worden gelegd, zolang er tenminste geen sprake is van een excessief aantal calorieŽn, en ligt de nadruk op plantaardige vetten met een laag gehalte aan verzadigde vetzuren en gedeeltelijk gehydrogeneerde vetten. De klassieke Mediterrane voeding, met olijfolie als belangrijkste vetstof, integreert al die voedingskenmerken.

Algemeen
De klassieke gezonde Mediterrane voeding
De term klassieke "Mediterrane voeding" heeft een speciale connotatie: zij staat voor een voedingspatroon dat begin jaren zestig kenmerkend was voor een aantal Mediterrane gebieden, zoals Kreta, bepaalde delen van Griekenland en Zuid-ItaliŽ.


De klassieke Mediterrane voeding: kenmerken uit de jaren zestig
De Mediterrane voeding uit het begin van de jaren zestig kan grofweg als volgt worden omschreven:

  • Veel plantaardige producten (fruit, groenten, brood, andere graanproducten, aardappelen, bonen, noten, zaden);
  • Lokaal geteelde, verse, seizoensgebonden producten;
  • Vers fruit als dagelijks nagerecht en zoetigheden met geconcentreerde suikers of honing een paar keer per week;
  • Olijfolie als belangrijkste bron van vet;
  • Zuivelproducten (vooral kaas en yoghurt), dagelijks in kleine tot matige hoeveelheden;
  • Vis en gevogelte in kleine tot matige hoeveelheden;
  • Nul tot vier eieren per dag;
  • Rood vlees in geringe hoeveelheden; en
  • Wijn in kleine tot matige hoeveelheden, meestal bij de maaltijden.

Voor zover men heeft kunnen vaststellen, was deze voeding arm aan verzadigde vetzuren (minder dan of gelijk aan 7-8% van de energietoevoer), en had zij, naargelang de regio, een totale vetwaarde van minder dan 25% tot meer dan 35% van de totale energietoevoer. Uit de gegevens blijkt ook dat werken op het veld en in de keuken resulteerde in een levensstijl met regelmatige lichaamsbeweging en met veel minder zwaarlijvigheid dan bijvoorbeeld in de Verenigde Staten voorkomt.

De klassieke gezonde Mediterrane voeding: achtergrond en bewijs
De keuze van deze specifieke periode en regio heeft een drievoudige verklaring:

  1. De levensverwachting van de mensen in die gebieden behoorde tot de hoogste ter wereld. Begin jaren zestig behoorde de incidentie van hart- en vaataandoeningen, van bepaalde kankers en voedingsgebonden chronische ziekten, tot de laagste ter wereld, ondanks de beperkte medische zorgverstrekking van die tijd.
  2. Gegevens over de beschikbaarheid van voedingsmiddelen en het dagelijks gebruik ervan in de Mediterrane landen illustreren voedingspatronen met gemeenschappelijke kenmerken.
  3. In heel wat epidemiologische studies die wereldwijd zijn uitgevoerd, kon een samenhang worden gevonden tussen voedingspatronen met een groot aantal dezelfde kenmerken, het lage voorkomen van chronische ziekten en een hoge levensverwachting bij volwassenen.

Er bestaan minder goed beschreven variaties op de Mediterrane voeding in de rest van ItaliŽ, in delen van Frankrijk, Libanon, Marokko, Portugal, Spanje, SyriŽ, TunesiŽ, Turkije en elders in het Mediterrane gebied. Het hierin beschreven voedingspatroon sluit nauw aan bij de klassieke olijfteeltgebieden in het Middellandse Zeegebied. De term "Mediterrane voeding" verwijst dus duidelijk naar voedingsgewoonten die men terugvond in de vroege jaren zestig in Mediterrane gebieden waar olijven werden geteeld.

Een voeding op Mediterrane leest
Het Mediterrane voedingspatroon berust op een eeuwenoude traditie dat bijdraagt aan een uitstekende gezondheid, dat een gevoel van welbehagen creŽert en een levendig onderdeel van 's werelds cultureel collectief erfgoed vormt. Voor Mediterrane volkeren vormen deze eetgewoonten hun traditionele voeding, die makkelijk in stand kan worden gehouden en ook perfect past in een moderne levensstijl.
Voor Amerikanen, Noord- en Oost-Europeanen en voor allen die hun eetgewoonten wensen te verbeteren, biedt de Mediterrane eetgewoonte een voedingswijze die aantrekkelijk is vanwege de volheid van smaak en de positieve invloed op de gezondheid. De Mediterrane voeding kan in zijn geheel worden toegepast of omgevormd tot een voedingswijze die 'op Mediterrane leest' is geschoeid.

De onderliggende problematiek
Het Wetenschappelijk Platform heeft zijn onderzoek naar en analyse van de wetenschappelijk bewezen relaties tussen voeding en gezondheid vanuit twee oogpunten benaderd:

  1. De nadruk werd gelegd op de huidige wetenschappelijke bewijzen en er werd erkend dat dit bewijsmateriaal een ander inzicht heeft gegeven in de rol van vetstoffen in een gezonde voeding;
  2. De nadruk werd tevens gelegd op de gezonde voeding en leefgewoonten van het traditionele Mediterrane voedingspatroon en op de vraag hoe die patronen kunnen worden aangepast en gewijzigd om een 'voeding op Mediterrane leest' te creŽren, die een aanzienlijke positieve impact kan hebben op volkeren die in noordelijke landen wonen.

Specifieke thema's
 

  1. Hartziekten
     
    1. Voedingsfactoren die belangrijk zijn in de preventie van arteriosclerose:
       
      1. Een aanzienlijke vermindering van verzadigde vetzuren.
      2. De vervanging van verzadigde vetzuren door onverzadigde vetzuren, bij voorkeur enkelvoudig onverzadigde vetzuren en oliŽn.
      3. Consumptie van vis.
      4. Meer groenten, fruit en volwaardige graanproducten.

         
    2. Mogelijke mechanismen waardoor voedingsfactoren de risico's op coronaire hartziekten kunnen
      beperken omvatten:
       
      1. Verbetering van de vetspiegel in het bloed (verlaging van de LDL-cholesterol en van de triglyceriden, terwijl de HDL-cholesterol wordt behouden of verhoogd)
      2. Verminderde oxidatie van de vetten;
      3. Verlaagd risico op arteriŽle trombose;
      4. Betere werking van de endotheelcellen;
      5. Verbeterde insulineweerstand;
      6. Verminderde ventriculaire irritabiliteit (vermindert het risico op plots overlijden);
      7. Minder risico op ontstekingen;
      8. Verlaging van de homocysteÔneconcentraties in het bloed.

         
  2. Diabetes
     
    1. De kernboodschap zou moeten zijn: houd het gewicht onder controle, beweeg meer en verander sedentaire gewoonten.
    2. Een voeding rijk aan complexe koolhydraten op basis van zo weinig mogelijk bewerkte granen, groenten en fruit en rijk aan vezels kan helpen de suiker- en vetspiegel in het bloed te verbeteren.
    3. Dezelfde gunstige werking kan men verkrijgen met een voeding waar de nadruk wordt gelegd op plantaardige oliŽn die vooral enkelvoudig onverzadigde vetzuren bevatten, samen met de voedingsproducten die hiervoor werden aangehaald.

       
  3. Zwaarlijvigheid
     
    1. Zwaarlijvigheid (obesitas) is vooral het gevolg van een slecht energetisch evenwicht.
    2. Zwaarlijvigheid verhoogt de kans op heel wat ziekten, zoals diabetes, hartziekten, hoge bloeddruk (hypertensie), dyslipidemie en bepaalde soorten kanker.
    3. Zwaarlijvigheid is een grootschalig en toenemend gezondheidsprobleem, zowel in de ontwikkelde als in de ontwikkelingslanden.
    4. Hoewel de gegevens beperkt zijn tot bevolkingsstudies, kon er geen sterke samenhang worden aangetoond tussen vetstoffen in de voeding en vet in het lichaam.
    5. Zwaarlijvigheid kan men voorkomen en controleren door de energietoevoer en het energieverbruik in evenwicht te brengen via een gezonde voeding en een regelmatige lichaamsbeweging.
    6. De Mediterrane voeding mag dan niet vetarm zijn, ze kan bijdragen aan het voorkomen en behandelen van zwaarlijvigheid omwille van de variŽteit en de smaak, op voorwaarde dat het aantal calorieŽn wordt gecontroleerd.

       
  4. Kanker
    Er zijn aanzienlijke en consistente bewijzen dat een voeding rijk aan groenten, fruit en volwaardige graanproducten de kans op kanker verlaagt. Op het vlak van vetten en vetgebonden voedingsproducten kan men het volgende stellen:

     
    1. Dikke-darmkanker.
       
      1. Er is vermoedelijk geen verband met de totale vetinname.
      2. Verzadigde vetzuren kunnen het risico doen toenemen.
      3. Olijfolie en zeeoliŽn kunnen het risico doen beperken.
      4. Antioxidanten en plantaardige sterolen kunnen het risico beperken.
      5. Er is onenigheid over de hardheid van de samenhang tussen rood vlees en een verhoogd risico.

         
    2. Borstkanker.
       
      1. Er is geen verband met een totale vetinname die beperkt blijft tot 20-40% van de energiewaarde.
      2. Enkelvoudig onverzadigde vetzuren en olijfolie kunnen het risico beperken.
      3. Prostaatkanker.
        Er bestaat een begin van bewijsvorming over een samenhang tussen het gebruik van verzadigde vetzuren en de kans op prostaatkanker.

         
  5. Alcohol
     
    1. Wijn behoort in vele Mediterrane gebieden tot het klassieke eetpatroon, meestal als begeleiding van de maaltijd. Het is duidelijk bewezen dat een klein tot matig verbruik van wijn of andere alcoholische dranken de kans op coronaire hartziekten en cerebrovasculair accident (beroerte) met minimaal 30% beperkt, en meestal wordt het geassocieerd met een algemene daling van de mortaliteit, ongeacht de oorzaak.
    2. Er is minder eensgezindheid over het feit of wijn voordelen heeft op andere soorten alcohol in de preventie van hart- en vaatziekten, aangezien wijndrinkers er meestal gezondere levensgewoonten op nahouden die een bijkomende bescherming tegen deze aandoeningen bieden. Anderzijds is op ruime schaal bewezen dat fenolen en andere niet-alcoholische bestanddelen krachtige antioxidanten zijn en een grote, potentieel belangrijke impact kunnen hebben op de gezondheid.
    3. Alcohol heeft vooral een gunstige werking op de risico's van chronische aandoeningen bij mensen van middelbare en hogere leeftijd.
    4. Algemene aanbevelingen aan het grote publiek over de consumptie van alle soorten alcohol moeten altijd waarschuwen voor de negatieve impact van een overdreven of onverantwoord alcoholverbruik op de gezondheid ťn op de maatschappij. Excessief alcoholverbruik verhoogt de kans op verscheidene kankers, vooral op keel- en slokdarmkanker. Tevens blijkt uit heel wat studies een licht verhoogd risico voor borstkanker, ook bij geringe hoeveelheden alcohol. Alcoholgebruik wordt afgeraden aan individuen met een verleden van alcoholmisbruik, met leveraandoeningen en bepaalde andere medische problemen, en aan degenen die niet drinken uit religieuze, ethische of andere overwegingen.

       
  6. Antioxidanten
     
    1. Het Mediterrane voedingspatroon is rijk aan antioxidanten: vitamine E, C, carotenoÔden en diverse polifenolen. Deze antioxidanten vindt men in groenten, fruit, volwaardige granen, peulvruchten, zuivere olijfolie en wijn.
    2. Deze stoffen kunnen, wanneer ze in een bepaalde hoeveelheid worden ingenomen, een belangrijke rol spelen in de preventie van hart- en vaataandoeningen, kanker en het verouderingsproces.

       
  7. Interactie tussen genetische factoren en milieu
     
    1. Veel voorkomende chronische en degeneratieve aandoeningen zoals hartziekten, diabetes, kanker, hypertensie en zwaarlijvigheid hebben een aanzienlijke genetische component.
    2. Een hoger genetisch risico kan in de hand worden gewerkt door milieufactoren, met name door voedingsgewoonten.
    3. Een beter inzicht in deze genetische factoren en hun interactie met het milieu, waaronder de voeding, zou de instrumenten kunnen aanreiken voor een meer nauwkeurige en gepersonaliseerde aanpak van de preventie en behandeling van chronische ziekten.


Ondertekenaars van de Scientific Consensus Statement 2000
Gerd Assmann,
Dr. Med., University Professor and Chairman, Institute of Arteriosclerosis, University of MŁnster (MŁnster, Duitsland)

Frank Sacks, M.D., Associate Professor of Nutrition, Harvard School of Public Health; Associate Professor of Medicine, Harvard Medical School (Boston, Massachusetts)

Atif Awad, Ph.D., Associate Professor and Director, Nutrition Program, State University of New York, Buffalo,(Buffalo, NY)
Alberto Ascherio, M.D., Assisant Proferssor of Nutrition and Epidemiology, Department of Nutrition, Harvard School of Public Health (Boston, MA)

Andrea Bonanome, M.D., Department of Internal Medicine, University of Padua (Castelfranco, ItaliŽ)

Bruno Berra, Professor, Institute of General Phusiology and Biochemistry, University of Milan (Milaan, ItaliŽ)

FranÁois M. Booyse, Ph.D., Professor of Medicine and Cell Biology, University of Alabama at Birmingham (Birmingham, Alabama)

Rafael Carmena, M.D., Professor of Medicine, University of Valencia; Chief, Servicio de Endocrinologia y Nutricion, Hospital Clinico Universitario (Valencia, Spanje)

Winai Dahlan, Vice Dean for Academic and Research Affairs, Faculty of Allied Health Science, Chulalongkorn University (Bangkok, Thailand)

Michel DeLorgeril, M.D., C.N.R.S., University of Grenoble (Grenoble, Frankrijk)

R. Curtis Ellison, M.D., Chief, Preventive Medicine and Epidemiology, Professor of Medicine and Public Health, Boston University School of Medicine (Boston, Massachusetts)

John Foreyt, Ph.D., Professor, Department of Medicine, Baylor College of Medicine (Houston, Texas)

Giovanni Galli, Ph.D., Professor, Institute of Pharmacological Sciences, University of Milan (Milaan, ItaliŽ)

Abhimanyu Garg, Assistant Professor, Texas Southwest Medical Center, Department of Internal Medicine (Dallas, Texas)

Attillio Giacosa, Ph.D., National Institute for Cancer Research (Genova, ItaliŽ)

Hans Hauner, Dr. med., Professor, Diabetes Research Institute, Heinrich-Heine-University- DŁsseldorf (DŁsseldorf, Duitsland)

Elisabet Helsing, Dr. Med. Sci., Adviser, International Health, National Board of Health, Oslo, Norway; Former Regional Officer for Nutrition, World Health Organization Regional Office for Europe (Oslo, Noorwegen)

Michael J. Hill, Ph.D., FRCPath, Chairman, European Cancer Prevention Organization (Hants, Groot-BrittanniŽ)

Frank Hu, Assistant Professor, Harvard School of Public Health (Boston, Massachusetts)

Bernard Jacotot, M.D., Chief of Service, Internal Medicine, Hopital Henri Mondor (Crťteil, Frankrijk)

Francisco Perez Jimenez, Dr. Med., Director de la Unidad de Lipidos y Arteriosclerosis, Hospital Universitario Reina Sofia (Cordoba, Spanje)

Ulrich Keil, M.D., Ph.D., Professor, Director, Institute of Epidemiology and Social Medicine, University of MŁnster (MŁnster, Duitsland)

Penny Kris-Etherton, Ph.D., Distinguished Professor, Department of Nutrition, Pennsylvania State University (University Park, Pennsylvania)

Lawrence Kushi, Sc.D., Ella McCollum Vahlteich Professor of Human Nutrition, Teachers College, Columbia University (New York, New York)

Pedro Mata, Ph.D., Associate Chief Internal Medicine, Lipid Clinic, Hospital Fundacion Jimenez Diaz (Madrid, Spanje)

Mario Mancini, M.D., Professor of Medicine and Director, Department of Clinical and Experimental Medicine, Federico II University (Napels, ItaliŽ)

Jorge Mancini Filho, Professor Titular, Vice-Director of Pharmaceutical Science Faculty, University of S„o Paulo (S„o Paulo, BraziliŽ)

MarŪa Emilia Mazzei, Nutritionist, NET (Buenos Aires, ArgentiniŽ)
Kathy McManus, M.S., R.D., Director, Department of Nutrition, Brigham and Women's Hospital (Boston, Massachusetts)

Marion Nestle, Ph.D., MPH, Professor and Chairperson, Department of Nutrition and food Studies, New York University (New York, New York)

Josť MarŪa Ordovas, Ph.D., Professor of Nutrition, Senior Scientist, Head, Molecular Biology Section Lipid Metabolism Laboratory JM-USDA-HNRCA, Tufts University (Boston, Massachusetts)

Rodolfo Paoletti, Ph.D., Professor, Istituto di Scienze Farmacologiche, Universitŗ di Milano, (Milaan, ItaliŽ)

Gabriele Riccardi, Professor, Department of Clinical and Experimental Medicine, Federico II University (Napels, ItaliŽ)

Serge Renaud, Professor, INSERM, University of Bordeaux 2 (Bordeaux, Frankrijk)

Jukka T. Salonen, Professor, Research Institute of Public Health, University of Kuopio (Kuopio, Finland)

Tom Sanders, Professor of Nutrition and Dietetics, King's College London (Londen, Engeland)

Yousuke Seyama, Professor, Graduate School of Medicine, University of Tokyo (Tokio, Japan)

Thorkild SÝrensen, Dr. Med. Sci., Professor, Director, Institute of Preventive Medicine, Danish Epidemiology Science Centre (Kopenhagen, Denmark)

Rosemary Stanton, Doctor of Public Health, B.Sc., C.Nut., Nutritionist, Department of Medicine, University of New South Wales, Lecturer, Author, Researcher (New South Wales, AustraliŽ)

Antonia Trichopoulou, M.D., Assistant Professor of Preventive Medicine and Nutrition, University of Athens Medical School, Head, World Health Organization Collaborating Center for Nutrition Education (Athene, Griekenland)

Bernhard Watzl, Ph.D., Nutritionist, Institute of Nutritional Physiology, Federal Research Center for Nutrition (Karlsruhe, Duitsland)

John Yudkin, M.D., F.R.C.P., Professor of Medicine, University College London Medical School (Londen, Engeland)

 

Uit Scientific Exchange van 15 januari 2000
Door: K. Dun Gifford, secretaris en mediator

Om PDF-bestanden te kunnen lezen , heeft u nodig  Adobe Acrobat Reader.

Get Acrobat Reader

Inspired by Nature.

                             Driven by Science.

                                                                    Passionated by Nutrition.

Home    

Natuurlijk Herstel. Altijd beter! 

Lukas T.S. Tjan

  • Voedingsadviezen

  • Nutrition Development

  • Complementaire geneeskunde

  • Marketing Voeding & CAM

© Science for Life. 2001-2011. Deze homepage is gemaakt door Mandala Communicatie, www.mandalacommunicatie.nl   

Op deze homepage berust een copyright. Voor meer info kunt u e-mailen naar info@scienceforlife.eu 

Voor alle op deze homepage vermelde informatie geldt de algemene disclaimer.