Wat u moet weten over Cholesterol

 

Algemeen

Cholesterol is een vetachtige stof die in alle dierlijke weefsels, en dus ook in het menselijk lichaam, voorkomt. Ondanks zijn slechte naam is cholesterol voor ons lichaam absoluut noodzakelijk! Het is een onmisbare stof voor de aanmaak van celmembranen, vitamine D, geslachts- en bijnierhormonen en galzuren.

Cholesterol (C8H17C19H28OH) behoort chemisch gezien tot de steroïden en komt in alle dierlijke weefsels voor. De hoeveelheid cholesterol die wij met de (dierlijke)voeding binnen krijgen, draagt (meestal) in geringe mate bij aan het lichaamseigen cholesterol. Circa 10% van het cholesterol in ons lichaam is direct afkomstig uit de voeding (opname als chylomicronen via lymfebaan), 40% wordt aangemaakt in alle cellen (uitgezonderd de hersencellen; voornamelijk in de lever- en darmslijmvliescellen) en 50% wordt via heropname van galzouten in de darm verkregen. Deze percentages schommelen en zijn onder meer afhankelijk van aanbod met de voeding, persoonlijk behoefte en erfelijk bepaald. Uitscheiding van cholesterol vindt plaats via de darm (als galzouten) en de huid (als squaleen). Met andere woorden alle cellen (met uitzondering hersencellen), met name in de lever en de darmwand produceren zelf cholesterol. Ongeveer de helft van het cholesterol in het lichaam is hergebruikt cholesterol dat in de vorm van galzouten opnieuw door de darm wordt opgenomen. De hoeveelheid cholesterol in het lichaam is dus nauwelijks afhankelijk van het cholesterol uit de voeding, omdat de meeste cholesterol door ons lichaam zelf uit glucose wordt aangemaakt dat onder invloed staat van vele factoren en in diverse stappen. Squalene en Q10 nemen als metabolieten en voorlopers oftewel precursors een voorname en belangrijke rol in die Cholesterolsynthese.

 

Cholesterolroute ofwel cholesterolsynthese

Cholesterol is een lipide stof; dat wil zeggen dat het uitsluitend in vet (dus niet in water) oplosbaar is. Het bloed, een waterige oplossing, vervoert cholesterol van en naar de cellen. Teneinde het vet-oplosbare cholesterol te kunnen vervoeren, wordt dit gebonden aan een transporteur, vet-eiwit verbindingen (lipoproteïnen: LDL en HDL). Het cholesterol dat van de lever naar de cellen vervoerd wordt, is het LDL-cholesterol. Het cholesterol dat van de cellen terug naar de lever wordt getransporteerd is het HDL-cholesterol.

Niet het totaal gehalte cholesterol is het meest bepalend als risicofactor voor hart- en vaataandoeningen, maar eerder een verkeerde balans tussen HDL en LDL. Het LDL wordt als het 'slechte' en HDL als het 'goede' cholesterol beschouwd.

Een overmaat aan LDL-cholesterol is een tweemaal betere indicatie voor een verhoogd risico op hart- en vaataandoeningen dan een verhoogd totaal cholesterol gehalte.

LDL-cholesterol bevat relatief veel meer cholesterol dan HDL en wordt door het lichaam onder meer gebruikt (in de vorm van het geoxideerde cholesterol: oxy-cholesterol) als reparatiemiddel bij vaatwandbeschadigingen. Vette voeding of een ziekte kan dit evenwicht echter verstoren waardoor er een te hoog cholesterolgehalte (hypercholesterolemie) ontstaat.

Deze vorm van cholesterol heeft de neiging andere stoffen, met name proteïnen en calciumzouten, aan zich te binden en in grote mate bij te dragen aan de vorming van plaque. Kleine beschadigingen aan vaatwanden door vrije radicalen, homocysteïne, insuline of oxy-cholesterol worden dus door het lichaam zelf gerepareerdl. Het was-achtige cholesterol werkt als 'stopverf'. Deze reparatieplekken vormen een oneffenheid in de vaatwand waarop gemakkelijk afzettingen plaats kunnen vinden. Een gevolg van schade en afzettingen is het verminderen van de elasticiteit, daardoor een verminderde doorbloeding met als gevolg een verhoogde bloeddruk. Een hoge bloeddruk is eerder een gevolg van arteriosclerose dan oorzaak. Het ontstaan van overmatige vrije radicalen, met name vetzuurradicalen (peroxides), wordt voornamelijk voorkomen door anti-oxidanten. De vele onderzoeken die de beschermende werking van vitamine C, carotenoïden, proanthocyanidinen, vitamine E, selenium en lichaamseigen stof squalene tegen hart- en vaataandoeningen aantoonden, bevestigen dit.

 

Belangrijke soorten vetten

Cholesterol is niet de enige vetachtige verbinding in onze voeding. Er zijn drie belangrijke soorten vetachtige stoffen, die tezamen ook wel lipiden worden genoemd: triglyceriden, sterolen en fosfolipiden. Triglyceriden is de chemische naam voor wat we gewoonlijk `vet' noemen, zoals boter of slaolie. De kwaliteit en eigenschappen van triglyceriden worden bepaald door de verschillende vetzuren waaruit ze zijn opgebouwd. Daarom worden triglyceriden onderverdeeld in verzadigde vetten (zoals in boter), enkelvoudig onverzadigde vetten (zoals in olijfolie) en meervoudig onverzadigde vetten (zoals linolzuur en visolie). Van de groep sterolen is cholesterol de belangrijkste. Fosfolipiden (bijvoorbeeld lecithine) zijn vetachtige stoffen die vooral voor de hersenen en zenuwen van belang zijn. Omdat fosfolipiden en andere sterolen dan cholesterol geen rol spelen bij het ontstaan van een afwijkend cholesterolgehalte, laten we deze verder buiten beschouwing.

 

De functies van cholesterol zijn:

Lever regelt cholesterolstofwisseling. Bij de verwerking van cholesterol en triglyceriden in het lichaam is de lever het centrale orgaan. In de lever worden triglyceriden en cholesterol uit de lipoproteïnen gehaald. De lever verpakt ze dan weer in andere lipoproteïnen, het VLDL, en stuurt deze via de bloedbaan naar andere plaatsen in het lichaam waar vet nodig is: bijvoorbeeld in de spieren om energie te leveren. Het VLDL dat niet gebruikt wordt, blijft in de bloedbaan en wordt via een ingewikkeld proces omgezet in het LDL. Daarnaast speelt het HDL, dat in de lever en darm wordt gemaakt, ook een belangrijke rol. LDL- en HDL-deeltjes worden door de lever weer opgenomen.

Cholesterolsynthese

Cholesterolstructuur

 

 

 

Publicatie in het AD Magazine van 10 januari 2004
Door: Melchior Meijer


Statines, medicijnen die het cholesterolgehalte verlagen, worden ook in Nederland uitgeschreven alsof het aspirientjes zijn. Dit jaar slikken we voor 320 miljoen euro en de trend wijst – met dank aan de vergrijzing – steil omhoog. Het gouden kalf van de farmaceutische industrie redt levens. Zegt die industrie. Zeggen ook de meeste artsen. Maar een groeiende groep dwarsliggers speurt onraad. ‘Statines voorkomen misschien een enkel hartinfarct, maar ze werken chronisch hartfalen in de hand,’ aldus een cardioloog. Een collega: ‘Ik denk dat mensen die deze pillen slikken zich heel ongerust moeten maken.’

Gebruikt u Lipitor? Gefeliciteerd! Met het gebruik van Lipitor (…) bent u op de goede weg naar gezonde cholesterolwaarden. Wie zojuist van de dokter een receptje heeft gekregen voor de populaire cholesterolverlager Lipitor, wordt op de website van fabrikant Pfizer
(www.ikgebruiklipitor.nl) aangesproken als uitverkorene. De boodschap, zij het wat subtieler uitgedrukt: volg de adviezen van de farmaceut strikt op – in de praktijk komt dat doorgaans neer op levenslang slikken – en de gevreesde zwarte limousine zal nog lang uw deur voorbij rijden. Vlotte babyboomers fietsen en golven op de achtergrond dat het een aard heeft. Samen zullen we dat vermaledijde cholesterol wel klein krijgen. Join the club!

Lipitor (atorvastatine) is een van de vele razend goed verkopende telgen uit de familie van de zogenoemde HMG-CoA reductase remmers, ofwel cholesterolsynthese remmers, ofwel statines. Farmaciegigant Merck was in 1987 de eerste die het middel onder de naam Mevacor (lovastatine) op de markt zette. Mevacor was niets minder dan een revolutie. Eindelijk was het mogelijk zelfs fors verhoogde cholesterolspiegels met een enkel pilletje per dag te ‘normaliseren’. Geen spartaanse diëten meer, weg met de bittere poeders waar je ook nog eens hondsberoerd van werd.
 
 

En wat nog mooier was: statines bleken het ‘gunstige’ HDL-cholesterol met rust te laten. Inmiddels heeft elk groot farmaceutisch bedrijf zijn eigen statine. De één is wat potenter dan de ander, maar in principe doen ze allemaal hetzelfde. Miljoenen mensen over de hele wereld slikken dagelijks trouw hun Zocor, Lipitor, Lescol, Crestor, Pravachol en binnenkort ook no-name kloons. “Statines zijn de nieuwe aspirine,” verkondigde onderzoeker Rory Collins onlangs zelfs juichend in het medische tijdschrift The Lancet, naar aanleiding van de Heart Protection Study. Uit dit zeven jaar lange, door Merck betaalde onderzoek onder 20.000 Britten bleek namelijk dat statines iederéén enigszins beschermen tegen een hartinfarct.

Ouderen, jongeren, mannen, vrouwen, mensen met heel hoge cholesterolspiegels en mensen met normale of zelfs erg lage cholesterolspiegels. Onze eigen Nijmeegse hoogleraar atherogenese Anton Stalenhoef gaat wat minder ver dan Collins, maar is niettemin ‘denderend positief’. Hij noemt statines ‘de nieuwe penicilline’. Het moet dezer dagen leuk werken zijn bij bedrijven als Merck, Astra-Zeneca, Novartis en Pfizer. Alles wijst erop dat hun cholesterolverlagende kuurtjes à 1000 euro per jaar een ongeëvenaarde afzet zullen vinden in onze vergrijzende bevolking.

Er zijn echter dokters die de zegetocht van het lucratieve wondermiddel met argusogen gadeslaan. In vooraanstaande medische tijdschriften waarschuwen ze voor nadelige consequenties bij langdurig gebruik. Hun bezwaren liegen er niet om. Blootstelling aan statines zou ondermeer kanker, chronisch hartfalen en geheugenverlies in de hand werken. Bijwerkingen die uiteraard niet in de bijsluiter staan. Een hartmedicijn dat hartfalen veroorzaakt?

Begin 2002 riep een groep Australische cardiologen in het toonaangevende vakblad Journal of the American College of Cardiology op tot een grootscheeps onderzoek naar dat vermeende, paradoxale verband. Chronisch hartfalen, een invalidiserende aandoening waarbij de hartspier langzaam maar zeker aan pompkracht inboet, komt in de geindustrialiseerde landen steeds vaker voor. Vaker dan kan worden verklaard door de vergrijzing en het toenemend aantal mensen dat een acute hartaandoening overleeft, menen de auteurs van de oproep. En voegen er aan toe dat ‘oplettende artsen over de hele wereld de kwistig voorgeschreven statines in de verdachtenbank [plaatsen]’.

Die verdenking komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. “Statines maken slachtoffers – véél slachtoffers – en het is onderhand aardig duidelijk hoe dat komt,” luidt het boude commentaar van cardioloog Peter Langsjoen uit Tyler, Texas, USA. Langsjoen hing een begerenswaardige praktijk in een academisch ziekenhuis aan de wilgen om zich geheel te kunnen wijden aan wat hij noemt ‘statine-geïnduceerd hartfalen’. Hij begint een beknopt college medische biologie dat ondanks de Mexicaanse Hond-achtige herrie op de lijn niets aan duidelijkheid te wensen overlaat. “Statines blokkeren de activiteit van het enzym HMG CoA-reductase.

Dat is in het lichaam verantwoordelijk voor de aanmaak van mevalonaat, de voorloper van zowel cholesterol als co-enzym Q10 en squalene. Dat Q10, ook wel ubiquinon genoemd omdat het betrokken is bij talloze fysiologische processen, is essentieel voor het functioneren van de mitochondrieën, de energiefabriekjes in onze cellen. Iemand die een statine slikt, berooft zijn lichaam dus niet alleen van cholesterol, maar ook van de Q10 die het normaal gesproken aanmaakt. Hoe hoger de dosis, hoe minder er van beide essentiële factoren circuleert. De cellen die Q10 het hardst nodig hebben zijn die van het zenuwweefsel, van de skeletspieren, maar vooral die van de hartspier.

Hartspiercellen vrèten Q10. Krijgen ze niet voldoende, dan zeggen ze vroeger of later ‘bekijk het maar’ en de patiënt meldt zich met chronisch hartfalen. Oudere statineslikkers ontwikkelen binnen een half jaar tot een jaar een gevaarlijk Q10-gebrek, bij jongere mensen kan het enkele jaren duren. De allereerste symptomen? Vooral extreme vermoeidheid en spierpijn. Later komt kortademigheid. Ik zie in mijn praktijk twee à drie nieuwe gevallen van statine-gerelateerd hartfalen per week en het eerste wat ik dan doe is de Q10-spiegels meten en opkrikken met goedkope pilletjes uit Japan. In Japan is Q10-suppletie een standaard interventie bij hartfalen.”

Langsjoen publiceerde vorig jaar een eigen onderzoekje waarin hij observeert dat tweederde van de mensen al na een half jaar statine-therapie diastolische dysfunctie vertoont, een eerste teken van hartfalen. “Dokters schrijven deze medicijnen met een verpletterende nonchalance voor. Het gaat echt om uitermate tricky spul.” In de zomer van 2001 bezweken plotseling opvallend veel mensen die de drie jaar eerder geintroduceerde statine Baycol (cerivastatine) slikten.

Toen een agressieve ontkenningsstrategie overduidelijk ongeloofwaardig begon te worden, nam farmacieconcern Bayer de pil die haar vlaggenschip had moeten worden van de markt. Was Baycol zoveel gevaarlijker dan haar zusjes van de concurrentie? “Het was waarschijnlijk wat potenter,” zegt Langsjoen droogjes. “Maar een statine is een statine.” Na het Baycol-incident stuurde een groep artsen en wetenschappers onder aanvoering van de Italiaanse arts/biochemicus Gian Paolo Littarru een petitie aan ondermeer de gezondheidsautoriteiten van de EU. Uit die petitie: ‘Het is mogelijk dat de gemelde statine-gerelateerde sterfgevallen het topje van een ijsberg vertegenwoordigen. (...) De omvang en gevolgen van het farmacologisch geïnduceerde Q10-gebrek mogen niet worden onderschat. Er zijn aanwijzingen dat wij dokters met de beste bedoelingen een levensbedreigende toestand creëren bij miljoenen patiënten. Gedegen onderzoek laat zien dat aanvulling met een goed opneembaar supplement de gesignaleerde tekorten volledig kan opheffen.’

Zouden de farmaceutische bedrijven, met al de competentie en technologie die ze kunnen kopen, werkelijk niet weten wat individuele dokters met eenvoudige middelen vaststellen? Beschikken ze misschien over onbekende data, waaruit blijkt dat de verontruste artsen er falicant naast zitten? Al te grote nieuwsgierigheid van buitenstaanders wordt in de branche niet gewaardeerd. Zonder over te gaan tot illegale methoden krijgen pottenkijkers geen wezenlijke informatie boven tafel.

Toch kan veilig worden aangenomen dat de industrie van het ‘manco’ op de hoogte is. Merck & Co Inc. deponeerde namelijk op 29 mei en 12 juni 1990 de patenten US 4929437 respectievelijk US 4933165, beide met de omschrijving: ‘Geïntegreerde combinatie van Co-enzym Q10 en HMG-CoA reductase remmers’. Merck verschafte zich dus het alleenrecht op een combinatiepil met een statine en Q10. De patenten liggen al twaalf jaar ongebruikt in de brandkast. Merck wil kennelijk niet aan die combipil, de concurrentie kan er niet aan. “We staan aan de vooravond van de grootste medische tragedie allertijden,” zegt cardioloog Langsjoen. “Nooit eerder bracht het medische establishment miljoenen gezonde mensen bewust in levensgevaar. Ik beschouw mijn geweldige professie de laatste tijd met een mengeling van medelijden en verachting.”

Waarom wil de farmaceutische industrie een simpele formule die op z’n best een onbeschrijflijke hoeveelheid leed voorkomt en in het slechtste geval geen extra schade toebrengt kennelijk per sé van de markt houden? In het beperkte clubje onafhankelijke artsen en wetenschappers dat zich met deze problematiek bezighoudt, voert één verklaring de boventoon. ‘Zo’n combipil moet net als elk ander nieuw medicijn opnieuw klinisch worden getoetst,’ e-mailt de Amerikaanse biochemicus Christian Allen, voormalig medewerker van de National Institutes on Health. ‘Er moeten dan vier groepen worden gevormd.

Een placebogroep, een groep die de combipil krijgt, een groep die alleen een statine krijgt en een groep die alleen Q10 slikt. Extra Q10 heeft in kleinere studies bewezen gunstige effecten te hebben op de conditie van hart- en bloedvaten. Het zou dus kunnen dat de mensen in de Q10-groep het net zo goed of beter doen dan de groepen die de combi of de statine slikken. Dat moet voor de fabrikanten een spookscenario zijn. Ze zouden dan zelf aantonen dat een ‘waardeloos’ voedingssupplement werkzamer en vooral veiliger is dan hun astronomische winsten genererende designerdrug.’ Intussen, zo verklaren ongeruste wetenschappers de enorme professionele desinteresse, hebben veel dokters er geen benul van dat Q10 een cruciale rol speelt bij de energieproductie in de cel. Cardioloog Langsjoen: “Ze denken dat het een tovermiddeltje uit de damesbladen is, in dezelfde categorie als haaienkraakbeen en appelazijn.”

Voor alle duidelijkheid, statines bieden wel degelijk een zekere bescherming tegen doodsoorzaak nummer één, het hartinfarct. Dat effect is echter onafhankelijk van de mate van cholesterolverlaging, want mensen met lage cholesterolwaarden profiteren evenzeer als mensen met hoge waarden, terwijl degenen bij wie het LDL het minst zakt, de beste vooruizichten hebben. Statines blijken ‘toevallig’ ook krachtige ontstekingsremmers te zijn, in staat om de atherosclerotische plaques die een infarct kunnen uitlokken te stabiliseren. Dat redt inderdaad levens. Maar geneesmiddelenfabrikanten verstaan de kunst van het marskramen.

Zonder te liegen, geven ze een voorstelling van zaken die de argeloze burger – artsen helaas niet altijd uitgezonderd – om de tuin leidt. Een kwestie van goochelen met cijfers. Een aardig voorbeeld is de WOSCOPS-studie, waarin gekeken werd naar het effect van pravastatine bij gezonde mensen met een erg hoge cholesterolspiegel. Deze groep wordt in Nederland vrijwel standaard behandeld met een statine. In zijn promotiemateriaal rept de fabrikant van een indrukwekkende 25 procent risicoverlaging.

Maar wat betekent dat? Dat in de niet behandelde groep 25 procent meer hartdoden vielen? Geenszins. Van de ‘patiënten’ die Pravachol gebruikten, was 98,8 procent na 5 jaar nog vrolijk in leven. Bij de patiënten die het met een placebo hadden moeten doen, zette ‘slechts’ 98,4 procent na 5 jaar nog elke ochtend de voeten op het koude zeil. De relatieve risicoverlaging – het verschil tussen 1,2 en 1,6 – is inderdaad 25 procent. Een verschil dat nog net statistisch relevant is.

Tegenover deze bescheiden winst staat dat nogal wat studies een sinistere oversterfte aan vooral kanker laten zien. Berucht is de zogenaamde CARE-studie, waarbij dertien vrouwen in de statinegroep borstkanker ontwikkelden, tegen slechts één in de controlegroep. Een andere enorme studie, het EXCEL project met in de hoofdrol Merck’s lovastatine, werd voortijdig gestaakt toen na een jaar wel erg veel Mevacor-slikkers het loodje bleken te leggen. In dierproeven leidt langdurige blootstelling aan statines vrijwel per definitie tot kanker en een ontijdig einde, maar volgens de industrie is het onverantwoord dergelijke ‘harde eindpunten’ te extrapoleren naar mensen.

Hetzelfde verweer gebruikt ze ten aanzien van een in Nature Medicine gepubliceerde Zwitserse studie, waaruit blijkt dat Lipitor, Mevacor en Pravachol in diermodellen de T-Helper cellen, de elitetroepen van het immuunsysteem, knock-out slaan. De auteurs achten de afweer-onderdrukkende capaciteit van statines zo groot, dat ze er een toepassing voor zien bij de behandeling van transplantatiepatiënten. Prachtig! Jammer alleen dat een gecompromitteerd immuunsysteem allerlei vormen van kanker meer kans geeft. Zit een gezonde babyboomer met een wat verhoogd cholesterol daar op te wachten? Ruim zes jaar geleden schreven de onderzoekers Newman en Hulley in het Journal of the American Association ten aanzien van het kanker-risico: ‘Experimenten met dieren en mensen suggereren dat statinegebruik moet worden vermeden, behalve bij patiënten met een hoog en onmiddellijk risico op [een hartinfarct].

Dr. Jørgen Vesti-Nielsen, een internist uit het Zweedse Karlshamn, opperde onlangs tijdens een lezing nog twee mogelijke verklaringen voor het gesuggereerde kankerverwekkende effect. “Statines stimuleren in lage doses angiogenese, de aanmaak van nieuwe bloedvaatjes. Tumoren hebben voedingsstoffen en dus bloed nodig voor hun groei. Ze zijn afhankelijk van een uitgebreid netwerk van bloedvaatjes. Zonder de snelle aanleg van zo’n netwerk kunnen ze niet eens ontstaan.

Elke stof die de aanmaak van nieuwe vaatjes stimuleert, werkt het ontstaan en de verspreiding van kanker in de hand. Fins onderzoek suggereert bovendien dat statines de lichaamscellen minder gevoelig maken voor insuline. Wie van u, collegae, ontkent nog dat insulineresistentie een belangrijk mechanisme is achter vele vormen van kanker?” In erg hoge doses blijken statines de vorming van nieuwe bloedvaatjes juist tegen te gaan. Mensen met een matig risico op cardiovasculaire narigheid worden doorgaans echter levenslang op een lage dosis gezet.

Voormalig astronaut en NASA-arts Duane Graveline uit Florida raakte tot zijn ontzetting twee keer ‘volledig de weg kwijt’ vlak nadat hij na zijn jaarlijkse vliegerkeuring op Lipitor was gezet. Twee keer werd hem op de EHBO verteld dat hij een episode van Transient Global Amnesia (volledig algemeen geheugenverlies) had doorgemaakt. Een zeldzame aandoening, die in de literatuur niet wordt genoemd als relevante bijwerking van statines. De arts maakte zich dus ernstige zorgen over een mogelijk op handen zijnde dementie. Tot hij in contact kwam met dr. Beatrice A. Golomb, een epidemiologe die speurt naar onbekende bijwerkingen van statinegebruik. Toen werd hem duidelijk dat hij beslist niet de enige statineslikker is die plotseling, zonder enige waarschuwing in een ‘volstrekt zwart gat van enkele uren’ belandde. Golomb kreeg na een oproep honderden reacties van patiënten en artsen en staat nu voor de ingewikkelde klus het eventuele verband tussen statinegebruik en tijdelijk geheugenverlies hard te maken.

Zien Graveline, Golomb en andere dokters spoken? In de onderzoeken die geneesmiddelenfabrikanten moeten overleggen alvorens een medicijn wordt toegelaten, wordt algemeen geheugenverlies niet genoemd als serieuze bijwerking. Een zo ingrijpend probleem zou toch aan het licht gekomen zijn? Biochemicus en lipidendeskundige Joel M. Kauffman van de Universiteit van Philadelphia nam de onderzoeksrapporten onder de loep en vond een weinig koosjere verklaring. “Farmaceutische bedrijven hebben de gewoonte om een ernstige bijwerking die de introductie van een nieuw middel kan dwarsbomen, op te delen in zes of zeven verschillende categorieën.

Dat is een beproefde methode om echt onrustbarende bijwerkingen onder de 1 procent-drempel te houden. Algemeen geheugenverlies kan bijvoorbeeld worden opgesplitst in categorieën als verwarring, geheugenzwakte, seniliteit, dementie en verminderd cognitief functioneren. Je maakt van één onrustbarend vaak optredende bijwerking simpelweg meerdere zeldzame bijwerkingen.” Een slimme verdwijntruc, die de controlerende instanties kennelijk niet altijd doorzien.

Slikken of niet slikken? Nefarma, de overkoepelende organsiatie van onderzoek bedrijvende farmaceutische bedrijven in Nederland, zegt bij monde van een woordvoerster niet van eventuele bezwaren op de hoogte te zijn. Geconfronteerd met de brandbrief van biochemicus Littarru en collega’s, verwijst zij naar het hoofd Communicatie en Public Relations, mevrouw Meijsing. Waarom zijn er patenten aangevraagd op een combinatiepil? Waarom zijn die twaalf jaar lang niet gebruikt? Mevrouw Meijsing blijft het antwoord schuldig, want ze is dagen achtereen ‘net even de deur uit’. Ook op e-mail wordt niet gereageerd.

“Als de dokter het voorschrijft, kun je gerust aannemen dat de noodzaak ruimschoots opweegt tegen de eventuele risico’s,” zegt een woordvoeder van het Nederlands Huisartsen Genootschap. “Het is maar hoe je het bekijkt,” pareert dr. Marshall E. Deutsch, een cholesterol-expert die onderzoek deed naar het nut van een vetarm dieet bij kinderen. “De totale mortaliteit in behandelde groepen is – alle bombarie ten spijt - niet lager dan die in groepen die geen statine krijgen.

Zelfs voor mensen met erg hoge cholesterolspiegels is de winst mager. Alles wijst er bovendien op dat de totale sterfte na een jaar of vijf behandeling juist stijgt. Als je per sé niet met een hartinfarct bij Petrus wilt aankloppen – maar liever met kanker, chronisch hartfalen, een beroerte, een strop om je nek of wat dan ook – kun je het gebruik van een statine overwegen. Als het je weinig uitmaakt waaráán je gaat, als je meer belangstelling hecht aan de kwaliteit van je resterende jaren, kun je beter van een statine afzien. Zonder parachute uit een vliegtuig springen, biedt uitstekende bescherming tegen kanker. Het heeft echter zulke drastische consequenties voor de totale mortaliteit, dat geen arts het als behandeling inzet. Ik hoop dat deze vergelijking in de toekomst misplaatst zal blijken te zijn. Maar ik vrees van niet.”


Datum: juni 2004

Auteur: Melchior Meijer

 

Nu volgt de behandeling vanuit het oogpunt van complementaire visie

 

Het verlagen van het totaal cholesterol gehalte is in veel gevallen niet de meest doeltreffende maatregel voor het voorkomen van hart- en vaataandoeningen. Het totaal cholesterol gehalte wordt vaak door erfelijke factoren bepaald. Een hoog cholesterolgehalte is uitsluitend een verhoogde risicofactor bij mensen jonger dan 50 jaar, terwijl in deze groep minder dan 7% van alle infarcten plaats vindt.

Medicijnen zijn over het algemeen weinig effectief; het percentage mensen dat gunstig reageert vooral zonder bijwerkingen is volgens diverse andere onafhankelijke onderzoekers laag gebleken. Opmerkelijk is dat de kans op sterfte in het algemeen door medicijngebruik niet of nauwelijks afneemt. Terwijl door het medicijn de cholesterolhuishouding verbetert, neemt de kans op sterfte, door bijwerkingen van het medicijn en de effecten van het verlagen van het cholesterolniveau, evenredig toe.

Dieetmaatregelen zijn eveneens niet spectaculair effectief gebleken.

Het grootste effect is te verwachten van een verlaging van de inname van de totale hoeveelheid energie. 'Vetvrij' eten is geen oplossing, aangezien vetten nodig zijn voor het goed functioneren van het lichaam. In de praktijk worden vetten vervangen door koolhydraten en/of eiwitten. Een overmaat aan energie inname, vooral uit koolhydraten zoals suikers, doet de totale hoeveelheid vetten in het bloed stijgen, gaat ten koste van belangrijke micro-nutriënten en stimuleert de aanmaak van insuline.

Een goed resultaat is te verwachten van inname van voldoende (extra) oplosbare vezelstoffen die het in de darm aanwezige cholesterol (uit voeding en gal) kunnen binden. Bovendien bieden deze bescherming tegen darmkanker en houden de bloedsuikerspiegel constant, hetgeen onder meer tot verminderde productie van insuline leidt. Oplosbare vezelstoffen worden met name in haverzemelen, peulvruchten en vlozaad (psyllium) aangetroffen.

De rol van de gezonde vetten uit de voeding, ter verlaging van het totaal cholesterol gehalte, is groot. De aanmaak van cholesterol in lever en darm wordt voornamelijk aangestuurd door prostaglandines. De aanmaak van prostaglandinen is mede afhankelijk van de juiste vetten uit de voeding. Vermindering van het verzadigde vet in de voeding, extra inname van meervoudig onverzadigde vetten, alsmede suppletie van omega-3 vetzuren (visolie), geeft een verbetering ten aanzien van de verhouding HDL:LDL, maar een beperkte verlaging van het totaal cholesterol. Inname van enkelvoudig onverzadigd vet (olijfolie) is effectief in de directe verlaging van het totaal cholesterol. De meest effectiefste in de verlaging van het LDL cholesterol en tegelijkertijd verhogen van het HDL cholesterol is door de metaboliet en voorloper squalene aan te vullen, zodat er meer balans is in het cholesterolsynthese.

Directe, grote verlaging van het totaal cholesterol is te verwachten van inname van grote doses vitamine B-3 in de vorm van niacine. Dagelijkse inname van 500-6000 mg is zeer effectief gebleken, maar dient altijd onder begeleiding te geschieden. Enerzijds omdat er een 'flush' kan optreden, anderzijds omdat langdurige, hoge inname leverschade kan veroorzaken.

Voldoende (extra) chroom, in de vorm van GTF-chroom, kan door eetlustbeheersing en het ondersteunen van de verbranding, de vorming van vetten en cholesterol tegen gaan (25% vermindering totaal cholesterol).

 

Een (relatief) tekort aan vitamine C, vooral bij rokers, werkt cholesterol verhogend en doet de kans op vaatwandschade en de vorming van oxy-cholesterol toenemen. Extra (>1000 mg/dag) vitamine C, taurine (eventueel uit cysteïne) en glycine bevorderen de vorming van cholesterol aan gal (galzouten) en daardoor de uitscheiding van cholesterol.

 

Verbetering verhouding bloedvetten

De verhouding tussen HDL en LDL en het gehalte lipoproteïne (LpA) zijn betere indicatoren voor een verhoogd risico op hart- en vaataandoeningen, dan het totaal cholesterol gehalte (respectievelijk 2 maal en 2½ maal).

Een LpA niveau boven 30 mg/dl geeft een 3 maal hoger risico op infarcten; samen met een relatief tekort aan vitamine C zelfs 5 maal hoger. De verhouding LDL:HDL dient 3,6 of lager te zijn (totaal: HDL = 4:1, ofwel HDL een vijfde van het totaal).

LpA is een vet-eiwit verbinding en transportmiddel voor met name LDL-cholesterol. Een hoog gehalte wordt gezien als belangrijke indicator voor het risico op hart- en vaataandoeningen. LpA gehalte is over het algemeen erfelijk, hormonaal bepaald. Oestrogeen heeft een verlagende invloed op LpA (mogelijke verklaring voor het feit dat vrouwen minder risico lopen op hart- en vaataandoeningen dan mannen). Er zijn aanwijzingen dat de inname van transvetzuren bijdragen aan verhoging van LpA. Niacine, vitamine C en n-acetyl-cysteïne kunnen bijdragen aan (beperkte) verlaging van LpA.

De verhouding tussen HDL en LDL kan door een aantal dieetmaatregelen verbeterd worden. Verzadigde vetten (palmitinezuur, laurinezuur) stimuleren de aanmaak van LDL, enkelvoudig onverzadigd vet (oliezuur) remt de aanmaak van LDL en meervoudig onverzadigde vetten doen het HDL gehalte (licht) stijgen. Squalene is een natuurlijke metaboliet en voorloper van het cholesterolsynthese en is op zich al een natuurlijke cholesterolregulator, die zo nodig het lastige LDL cholesterolgehalte kan verlagen terwijl het handige HDL cholesterol kan doen verhogen. Ook Choline, met name als fosfatydyl-choline zoals dat in lecithine voorkomt, verbetert de verhouding van alle bloedvetten aanmerkelijk.

Voldoende (extra) chroom verbetert de ratio HDL:LDL (met 44%) door stimulatie van de aanmaak van HDL en verhindering van de vorming van LDL en kan de produktie van insuline beperken. Lichaamsbeweging, vitamine C, panthetine, vitamine E, knoflook, uien en niacine (vitamine B-3) remmen de afbraak van HDL en verminderen de aanmaak van LDL (zie boven). Roken en gewichtstoename doen het tegengestelde.

 

Het voorkomen van vaatwandschade

Kleine beschadigingen aan vaatwanden door vrije radicalen, homocysteïne, insuline of oxy-cholesterol worden door het lichaam gerepareerd door spiercelwoekeringen, de vorming van littekenweefsel of door cholesterol. Het was-achtige cholesterol werkt als 'stopverf'. Deze reparatieplekken vormen een oneffenheid in de vaatwand waarop gemakkelijk afzettingen plaats kunnen vinden. Een gevolg van schade en afzettingen is het verminderen van de elasticiteit, daardoor een verminderde doorbloeding met als gevolg een verhoogde bloeddruk. Een hoge bloeddruk is eerder een gevolg van arteriosclerose dan oorzaak.

 

Het ontstaan van overmatige vrije radicalen, met name vetzuurradicalen (peroxides), wordt voornamelijk voorkomen door anti-oxidanten. De vele onderzoeken die de beschermende werking van vitamine C, carotenoïden, proanthocyanidinen, vitamine E, selenium en lichaamseigen stof squalene tegen hart- en vaataandoeningen aantoonden, bevestigen dit. Het risico op het ontstaan van peroxides is vooral groot bij inname van meervoudig onverzadigde vetzuren, aangezien deze aanzienlijk gevoeliger zijn voor oxidatie dan verzadigde vetzuren. Mensen met een dieet rijk aan meervoudig onverzadigde vetzuren en diegenen die supplementen met omega-3 (visolie) of omega-6 vetzuren (teunisbloemolie, lijnzaadolie en dergelijk) innemen, dienen voor voldoende (extra) inname van vitamine E en selenium te zorgen.

De vorming van oxy-cholesterol (veroorzaakt vaatwandschade en plaque) wordt voornamelijk voorkomen door het lipofiele vitamine E en liponzuur. Deze laatste is niet alleen een krachtige anti-oxidant voor LDL, maar kan tevens oxy-cholesterol reduceren en wordt derhalve als meest effectieve hulpmiddel in acute gevallen gezien.

 

 

Proanthocyanidinen (zoals uit pijnboombast en rode wijn) blijken de meest effectieve lokale specialisten te zijn, met een beschermende anti-oxidant werking in bloedvaten. Voldoende (extra) inname van anti-oxidanten is wellicht de meest belangrijke maatregel in de strijd tegen hart- en vaataandoeningen.

Een andere factor die steeds vaker in verband gebracht wordt met vaatwandschade is homocysteïne. Deze stof wordt gevormd uit het aminozuur methionine bij onvoldoende aanwezigheid van de actieve, co-enzymatische vorm van vitamine B-6: pyridoxaal-5-fosfaat (P-5-P). Een groot aanbod van methionine (dierlijke, eiwitrijke voeding), erfelijke factoren (hyperhomocystenie), een tekort aan vitamine B-6 (hetgeen bij ouderen veel voorkomt) of het onvermogen om vitamine B-6 in P-5-P om te zetten, verhogen de vorming van homocysteïne. Mensen met hyperhomocystenie die niet op supplementen met vitamine B-6 reageren, hebben vaak baat bij suppletie van foliumzuur, vitamine B-12 en betaïne.

Algemene bescherming en versterking van vaatwanden is aangetoond van vitamine C, vooral in combinatie met vitamine C-complex factoren zoals rutine, hesperidine en bioflavonoïden.

 

Voorkoming van stolsels en plaque

Bloedsomloopstoornissen worden meestal veroorzaakt door stolsels of het dichtslibben van bloedvaten als gevolg van afzettingen (plaque).

De bloedstolling is afhankelijk van plateletten (trombocyten, bloedplaatjes). Bij stolling klonteren deze plateletten samen, gaan open en vormen een fibrine netwerk. Overmatige platelet-aggregatie (samenklontering) veroorzaakt ongewenste stolsels. De platelet-aggregatie wordt gestimuleerd door tromboxane A2 (TX-A2), leucotriënen en prostaglandine E2 (PgE2) via het enzym cyclooxygenase, alsmede door de aanwezigheid van het stollingseiwit fibrogeen. De werking van dit enzym wordt overigens geremd door aspirine. Platelet-aggregatie wordt geremd door prostaglandine E3 (PgE3).

De aanmaak van al deze hormoon-achtige stoffen is onder meer afhankelijk van de vetten uit de voeding. De verzadigde vetten stimuleren de aanmaak van TX A2, terwijl PgE3 afhankelijk is van de meervoudig onverzadigde vetten. Een dieet rijk aan meervoudig onverzadigde vetten, arm aan verzadigde vetten, eventueel aangevuld met omega 2 (squalene) en\of omega-3 vetzuren (visolie) kan platelet-aggregatie aanmerkelijk verminderen. Zoals eerder opgemerkt dient een dergelijk dieet rijk te zijn aan vitamine E. Deze vitamine heeft zelf eveneens sterke platelet-aggregatie remmende eigenschappen (mede door blokkering cyclooxygenase), evenals fosfatydyl-choline (lecithine), vitamine B-6, vitamine C, magnesium, selenium, knoflook, uien, gember, een aantal kruiden en voldoende beweging. Het stollingseiwit fibrogeen, waarvan de mate van aanwezigheid als belangrijke indicator voor het risico op hart- en vaataandoeningen geldt, kan overmatig aanwezig zijn door erfelijke bepalingen of door factoren als roken en stress. Het niveau van fibrogeen kan dalen door inname van (hoge doses) omega-3 vetzuren (visolie), vitamine E en bromelaïne.

Plaque (afzettingen, zie tekening) in vaatwanden bestaat voornamelijk uit (oxy)cholesterol, eiwitten (fibrogeen), littekenweefsel, stolsels en calciumzouten. Deze afzettingen vonden met name plaats op beschadigingen in slagaderwanden. De vorming van oxy-cholesterol kan het beste tegengegaan worden door een verlaging van het LDL-niveau en voldoende aanbod van anti-oxidanten (met name: Squalene, liponzuur, vitamine E, carotenoïden en selenium). Eiwitten zijn eveneens een bestanddeel van plaque. Enerzijds zijn deze afkomstig van de eiwit-component van het LDL, anderzijds afkomstig van het stollingseiwit fibrogeen. Een overmaat aan calcium, meestal als gevolg van een verkeerde calcium/magnesium ratio, bevordert het ontstaan van plaque. Een lagere inname van calcium (zuivel) en een hogere (extra) inname van magnesium dragen bij aan vermindering van de vorming van plaque. Reeds gevormde plaque kan zeer moeilijk verwijderd worden. Hoge doses bromelaïne (enzymen van ananas) en liponzuur kunnen enig effect hebben. 'Dotteren' en chelatie geven wisselende resultaten.

 

Andere factoren

 

Koffie wordt vaak aangemerkt als  cholesterol verhogend. Het drinken van (veel) koffie is om meerdere redenen niet aan te raden. Van een directe verhoging van het cholesterol gehalte door het gebruik van koffie is echter alleen sprake indien de koffie niet gefilterd wordt zoals bij een percolator of bij 'Turkse koffie'.

 

Overgewicht gaat vaak gepaard met een verhoogd niveau aan bloedvetten, insuline en een hoge bloeddruk.

 

Diabetes gaat vaak gepaard met overgewicht, meer vorming van bloedvetten, hoge bloeddruk, veel schade door insuline, een relatief tekort aan beschermende micro-nutriënten en de vorming van geglycolyseerd cholesterol; factoren die allen als risicoverhogend beschouwd worden.

 

Alcohol blijkt uit onderzoek een verhogende werking op HDL te hebben. Deze verhoging betreft echter HDL2, een fractie die niet van belang is bij bescherming van hart- en bloedvaten. Alcohol belast de lever, hetgeen niet bevorderend is bij cholesterol problemen, berooft het lichaam van micro-nutriënten en verhoogt het niveau van bloedvetten en insuline.

 

Roken berooft het lichaam van noodzakelijke micro-nutriënten (met name vitamine C), blokkeert de omzetting van vitamine B-6 in P-5-P, veroorzaakt schade aan vaatwanden (vrije radicalen en zware metalen), verhoogt de bloeddruk en stimuleert de aanmaak van fibrogeen.

 

Een positieve invloed gaat uit van voldoende beweging. Beweging versterkt de spieren (hart) en vaatwanden, verbetert het zuurstoftransport, verlaagt de bloeddruk, stimuleert de verbranding van vetten, stimuleert de aanmaak van HDL en kan ontspannend (anti-stress) werken. Voldoende beweging draagt dus op een aantal manieren bij aan vermindering van het risico op hart- en vaataandoeningen.

 

 

Verlaging van het risico op hart- en vaataandoeningen verlangt een aantal maatregelen:

Conclusies en aanbevelingen

Over de functie en het ontstaan van cholesterol is er tussen complementaire en reguliere visie nagenoeg geen verschil, maar de inzichten en behandelingsadviezen over de behandeling tegen hart- en vaatziekte als gevolg van hoge cholesterolgehalte verschillen significant. Het is duidelijk dat we de natuurlijke en complementaire benadering de voorkeur geven boven de reguliere gangbare farmaceutische en medische toepassingen om disbalansen in ons lichaam te herstellen.

 

Er zijn echter specialisten, onderzoekers en artsen die de zegetocht van het lucratieve farmaceutische wondermiddel Cholesterolremmers met argusogen gadeslaan. In vooraanstaande medische tijdschriften waarschuwen ze voor nadelige consequenties bij langdurig gebruik. Hun bezwaren liegen er niet om. Blootstelling aan statines zou ondermeer kanker, chronisch hartfalen en geheugenverlies in de hand werken. Bijwerkingen die uiteraard niet in de bijsluiter staan. Een hartmedicijn dat hartfalen veroorzaakt?

Die verdenking komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. “Statines maken slachtoffers – véél slachtoffers – en het is onderhand aardig duidelijk hoe dat komt,” luidt het boude commentaar van cardioloog Peter Langsjoen uit Tyler, Texas, USA. Langsjoen hing een begerenswaardige praktijk in een academisch ziekenhuis aan de wilgen om zich geheel te kunnen wijden aan wat hij noemt ‘statine-geïnduceerd hartfalen’. Hij begint een beknopt college medische biologie dat ondanks de Mexicaanse Hond-achtige herrie op de lijn niets aan duidelijkheid te wensen overlaat. “Statines blokkeren de activiteit van het enzym HMG CoA-reductase.
 

Dat is in het lichaam verantwoordelijk voor de aanmaak van mevalonaat, de voorloper van zowel cholesterol als co-enzym Q10 en squalene. Dat Q10, ook wel ubiquinon genoemd omdat het betrokken is bij talloze fysiologische processen, is essentieel voor het functioneren van de mitochondrieën, de energiefabriekjes in onze cellen. Iemand die een statine slikt, berooft zijn lichaam dus niet alleen van cholesterol, maar ook van de Q10 die het normaal gesproken aanmaakt. Hoe hoger de dosis, hoe minder er van beide essentiële factoren circuleert. De cellen die Q10 het hardst nodig hebben zijn die van het zenuwweefsel, van de skeletspieren, maar vooral die van de hartspier.
Hartspiercellen vrèten Q10. Krijgen ze niet voldoende, dan zeggen ze vroeger of later ‘bekijk het maar’ en de patiënt meldt zich met chronisch hartfalen. Oudere statineslikkers ontwikkelen binnen een half jaar tot een jaar een gevaarlijk Q10-gebrek, bij jongere mensen kan het enkele jaren duren. De allereerste symptomen? Vooral extreme vermoeidheid en spierpijn. Later komt kortademigheid. Ik zie in mijn praktijk twee à drie nieuwe gevallen van statine-gerelateerd hartfalen per week en het eerste wat ik dan doe is de Q10-spiegels meten en opkrikken met goedkope pilletjes uit Japan. In Japan is Q10-suppletie een standaard interventie bij hartfalen.”

Langsjoen publiceerde vorig jaar een eigen onderzoekje waarin hij observeert dat tweederde van de mensen al na een half jaar statine-therapie diastolische dysfunctie vertoont, een eerste teken van hartfalen. “Dokters schrijven deze medicijnen met een verpletterende nonchalance voor. Het gaat echt om uitermate tricky spul.” In de zomer van 2001 bezweken plotseling opvallend veel mensen die de drie jaar eerder geintroduceerde statine Baycol (cerivastatine) slikten.
Toen een agressieve ontkenningsstrategie overduidelijk ongeloofwaardig begon te worden, nam farmacieconcern Bayer de pil die haar vlaggenschip had moeten worden van de markt.


Volgens diverse wetenschappers en onderzoekers en recente wetenschappelijke inzichten is er een relatief klein verband tussen een hoog cholesterol gehalte en een verhoogd risico op hart- en vaataandoeningen. Maar er is wel een duidelijk verband dat hoge concentratie LDL t.o.v. HDL meer risico met zich meebrengt doordat het teveel LDL-cholesterol in de aderen kan worden geoxideerd. Dus het verhogen van HDL-cholesterol is van levensbelang. Wetenschappelijk is vastgesteld dat er wel een duidelijk verband tussen leefwijze, voedingsgewoonten erfelijkheid en een verhoogd risico is. Een aantal maatregelen kan bijdragen aan een vermindering van dit risico. Bescherming is te verwachten van een aangepaste leefwijze, een aangepast dieet en voldoende aanbod (extra) micro-nutriënten, met name lichaamseigen antioxidanten zoals squalene en Q10.

 

U kunt deze 30 pagina´s op PDF bestand zien en krijgen. Klik hierop om het bestand in uw eigen computer te downloaden.

Inspired by Nature.
                             Driven by Science.

                                                                 Passionated by Nutrition.

                                                        

Home    

Natuurlijk Herstel. Altijd beter! 

Lukas T.S. Tjan

  • Voedingsadviezen

  • Nutrition Development

  • Complementaire geneeskunde

  • Marketing Voeding & CAM

© Science for Life. 2001-2011. Deze homepage is gemaakt door Mandala Communicatie, www.mandalacommunicatie.nl   

Op deze homepage berust een copyright. Voor meer info kunt u e-mailen naar info@scienceforlife.eu 

Voor alle op deze homepage vermelde informatie geldt de algemene disclaimer.